CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Rialto Theater

Vlaams-Nederlandse samenwerking in de Podiumkunsten

13/06/2014

Uit de resultaten van een eerdere verkenning was gebleken dat een advies over de Vlaams-Nederlandse uitwisseling en samenwerking binnen de podiumkunstensector aangewezen was op basis van onderstaande thema’s. Er bleek een grote discrepantie in de Nederlandse en Vlaamse manier van financieren, programmeren en produceren.

CVN nam de resultaten van dit adviestraject mee in haar bilaterale landschapstekening Podiumkunsten. In deze landschapsschetsen, deel uitmakend van de FotoPLUS, beschouwde CVN de culturele samenwerking binnen het Podiumkunsten veld. De sector werd in de FotoPLUS opgenomen omwille van haar opvallende intensiteit en historische verankering.

Expertmeetings

In het kader van dit advies organiseerde CVN een expertmeeting tijdens het Theaterfestival Boulevard op 11 augustus 2014.

De deelnemers schoven de termen continuïteit, community en kwaliteit naar voor als centrale uitgangspunten. Naast de vraag om samenwerkingen tijd om te groeien te bieden werd ook het belang van kwaliteit boven kwantiteit benadrukt.

CVN werd gevraagd in een vervolgmeeting dit najaar met een nog bredere samengestelde groep nader in te gaan op een drietal onderwerpen: de dans en muzieksector, publieksonderzoek m.b.t. risicoprogrammering en de rol/verantwoordelijkheid van de overheid.

Tussentijdse resultaten

Het Vlaamse en Nederlandse podiumlandschap delen een aantal sterke  ambities: zowel op artistiek-inhoudelijk vlak als naar publieksopbouw. Binnen de financiële context waarbinnen deze gerealiseerd moeten worden werpen zich enkele (financiële) drempels op, namelijk het verschil in subsidiëring en de bijkomende reis-, transport en verblijfskosten.

Analyse

Verschil in subsidiëring

Het verschil in subsidiëringssystematiek is een enorme beperking voor de mobiliteit binnen de gesubsidieerde podiumkunstensector. Nederlandse producties ontvangen gekoppeld aan een bepaald aantal speelbeurten subsidie. Middelen met betrekking tot het reizen van de productie/gezelschap zijn hierin verrekend, net als het makers-proces. Deze kostenposten worden in Vlaanderen niet door subsidies gedekt en daarmee meegenomen in de uitkoopsom die aan de podia wordt aangerekend.  Hierdoor bedraagt de uitkoopsom van Nederlandse producties een stuk minder dan van Vlaamse producties. In de praktijk zorgt dit ervoor dat de uitkoopsom van een Vlaamse productie te duur blijkt voor Nederlandse huizen.

Daarnaast ligt het accent van de Rijksverantwoordelijkheid in Nederland bij het aanbod van podiumkunsten op landelijke schaal. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de accommodaties en de provincies voor het aanbod en spreiding op provinciale schaal.  Het budget dat de gemeenten uittrekken voor speelplekken ligt een stuk lager dan deze van producerende huizen. Voornamelijk bij kleinschalige producties remt het verschil in subsidiëringssystematiek grensoverschrijdend werken af.

Plus-plus-plus- kosten

Naast de uitkoopsom die bij Vlaamse producties duurder blijkt, zijn het de kosten verbonden aan het programmeren van een productie aan de andere kant van de grens die de doodsteek geven (reis-, transport-, en verblijfskosten). Producenten rekenen deze bijkomende kosten steeds zwaarder door aan de podia. Dit probleem doet zicht zowel unilateraal als bilateraal voor. Hoewel tourcircuits deze kosten kunnen drukken wordt door de sector aangegeven dat de unilaterale regelgeving m.b.t. tussenkomsten in reis-, verblijf- en transportkosten in eigen land én de buurlanden herbekeken moet worden.

Onbekend maakt onbemind

De afgelopen 15 jaar is het aantal Vlaamse voorstellingen in Nederland met één vijfde gedaald. Het aantal speelplekken is globaal afgenomen met één vierde en in de steden en gemeenten zelfs met meer dan één derde. Het aantal Nederlandse producties in Vlaanderen daarentegen blijft gestaag.

De voorkeur voor producties en gevestigde namen uit eigen land blijkt toegenomen. CVN merkt op dat deze voorkeur voornamelijk bij programmatoren bestaat, met het oog op het publiek. Het publiek zelf daarentegen blijkt echter voornamelijk op basis van inhoud of thema voor een bepaalde voorstelling.

Mogelijk wordt het publiek door programmeurs onderschat. In Nederland speelt het invullen van de subsidievoorwaarden en de hoge uitkoopsom van Vlaamse producties daarnaast een grote rol. Onbekend maakt onbemind waardoor het risico bestaat dat de Vlaams-Nederlandse uitwisseling  in een neerwaartse spiraal terecht komt.

Coproduceren

Het grensoverschrijdend programmeren is sinds 2008 sterk afgenomen. Het aantal Vlaamse producties op Nederlandse planken liep tussen 2008 en 2010 terug met ruim 60 procent waarna het aantal stagneerde. De afname kan gekaderd worden binnen de opkomst van de economische crisis en een overaanbod in Nederland. Toch blijft Nederland voor Vlaanderen de grootste ‘afzetmarkt’ voor podiumproducties.

Sinds 2010 kan een toename van ruim 50 procent  aan Vlaams-Nederlandse coproducties worden opgemerkt. Ook aan Nederlandse kant neemt het aantal coproducties significant toe. Een trend dewelke eerst opgemerkt kon worden tussen kunstenfestivals en later doorsijpelde tot op organisatie- en productieniveau.  Coproduceren betekent een grotere pot middelen, uitbreiding van het aantal speelplekken (aan de andere kant van de grens) en het drukken van productiemiddelen. Deze drieslag biedt met de huidige economische crisis en besparingen binnen de sector een mooie toevoeging. Podiumkunstenprofessionals maken in tijden van kwantificering en economisering gebruik van de meerwaarde die coproduceren biedt.

Publieksbereik

Producties hebben zelden het netwerk en de expertise in huis om de promotie van hun producties over de grens in de markt te zetten. Onvoldoende inzicht in het publiek, netwerk aan de andere kant van de grens en het gebrek aan informatie hieromtrent blijkt een gemis.  Anders dan in Vlaanderen, zijn Nederlandse producties voor het grootste deel zelf verantwoordelijk voor het trekken van publiek. Een taak waar velen, vooral kleine producties geen ervaring in hebben. Daar komt nog bij dat ze dit voor een eerste keer moeten doen in een voor hen nog onbekende markt. Coproduceren kan ook hier een oplossing bieden waarbij kennisuitwisseling een rol speelt binnen de samenwerking. Ook een grotere promotierol voor festivals kan solaas bieden.

Tussentijds advies

Het uitwisselen van Vlaamse en Nederlandse producties is afgenomen en heeft plaats gemaakt voor coproduceren. CVN heeft waargenomen dat het positief is dat de sector zelf de handen in elkaar slaat en economische en inhoudelijke meerwaarde zoek in coproduceren over de grens heen. Anderzijds neemt dit de problemen die hiervan aan de basis liggen niet weg:

  • De reis-, transport- en verblijfskosten van producties in Vlaanderen en Nederland blijven een grote kost
  • Het tekort aan budget voor het programmeren van Vlaamse producties omwille van een, in verhouding hogere, uitkoopsom
  • Weinig publieksopbouw aan de andere kant van de grens

CVN zou daarom beide overheden hebben aanbevolen om enerzijds coproductie in hun beleid verder te ondersteunen en stimuleren en anderzijds de hogergenoemde knelpunten onder de loep te nemen.

Mogelijke denkpistes

CVN benadrukte het belang van continuïteit, tijd en kwaliteit bij het uitwerken van oplossingen. Deze worden door de sector namelijk gezien als grote voorwaarde bij het opbouwen van duurzame samenwerkingsverbanden. Als vertrekpunt worden de speelplekken en programmatoren genomen omwille van de discrepantie die bestaat tussen het stijgend aantal Vlaams-Nederlandse coproducties en het gedaalde aantal speelplekken waar deze geprogrammeerd kunnen worden.

Grensoverschrijdend programmeren: intensief en lokaal

Om de grens binnen het podiumkunstenlandschap weg te nemen moet worden ingezet op de binding tussen gezelschappen, podia, festivals en het lokale publiek. Intensief en geconcentreerd grensoverschrijdend aanbod tonen kan deze band versterken.  CVN zou hebben aanbevolen om (financiële) ruimte te bieden voor meerjarige trajecten waarbij partners zich binnen het Vlaamse en Nederlandse podiumkunstenlandschap met elkaar verbinden om uitwisseling concreet invulling te geven.

Zie hieronder de bronnenlijst:

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht