CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Vlaamse en Nederlandse politici presenteren visie op het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs

Hoger onderwijs
21/06/2012

“Sommige Engelstalige opleidingen in het hoger onderwijs kunnen beter in het Nederlands worden gedoceerd. Opleidingen worden voortaan getoetst op een logische keuze voor de taal waarin wordt lesgegeven”, zo stelde de Nederlandse demissionaire Staatssecretaris van Onderwijs Halbe Zijlstra op 20 juni jl. tijdens een debat over de internationalisering van onderwijs. Hij geeft opdracht aan de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) om te onderzoeken of de Engelstalige opleidingen wel een internationaal karakter hebben en of buitenlandse studenten de studie volgen. Als dit niet het geval is, “zou de opleiding in het Nederlands moeten worden gegeven”, vindt Zijlstra.

Tijdens hetzelfde debat in de Tweede Kamer uitten verschillende politieke partijen hun zorg over het aantal buitenlanders dat in Nederland studeert. Het aantal buitenlandse studenten is hoger dan het aantal Nederlandse studenten in het buitenland. Zijlstra verdedigde deze situatie daarop met de redenering dat buitenlandse studenten die na hun studie in Nederland blijven, de Nederlandse economie jaarlijks 740 miljoen euro opleveren. “Zelfs als drie procent van de buitenlandse studenten in Nederland blijft, is sprake van een positief effect”, zo citeert Zijlstra uit een onderzoek van het Nederlands Centraal Planbureau.

Om meer Nederlandse studenten naar het buitenland te laten gaan, is het volgens Zijlstra van belang dat zij hun studiebeurs (studiefinanciering) kunnen meenemen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie besluit volgende maand of Nederland de bestaande regeling, die dat mogelijk maakt voor een bepaalde groep studenten, mag behouden of moet afschaffen. Volgens de Europese Commissie, die Nederland heeft aangeklaagd, is de bestaande wet discriminerend. Deze bepaalt dat alleen studenten die drie van de afgelopen zes jaar in Nederland hebben gewoond, aanspraak kunnen maken op de mogelijkheid om de beurs mee te nemen naar het buitenland.

Recent boog ook de Interparlementaire Commissie van de Taalunie zich over de positie van het Engels in het hoger onderwijs. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer op 12 juni jl., stelden volksvertegenwoordigers uit Nederland en Vlaanderen aan vier Vlaamse en vier Nederlandse onderwijsexperts vragen omtrent het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. Voor- en nadelen van het Engels als dominante wetenschapstaal (‘lingua franca’), alsook de Engelse taalbeheersing van docenten en het evenwicht tussen de behoefte aan Nederlandstalig hoger onderwijs en de wens tot verdere internationalisering werden besproken. Ook de behoefte aan echte anderstaligheid dan de meestal bedoelde Engelstaligheid, werd bepleit.

Aansluitend op de hoorzitting in de Tweede Kamer op 12 juni, verklaarde Vlaamse onderwijsminister P. Smet dat hij verwacht dat zijn ontwerp van decreet (wet) van de taalregeling met verdere verruiming naar anderstaligheid, voor het zomerreces wordt goedgekeurd in het Vlaamse parlement. Zodra dit decreet wordt goedgekeurd, zullen in de bacheloropleidingen tot 18,33 % van de vakken per opleidingsjaar, en in de masteropleidingen zelfs tot 50 % van de vakken, kunnen worden verengelst. Voordien gold de limiet van 10% in de bacheloropleidingen. In de masteropleidingen kon het Engels voorheen “in beperkte mate” als opleidingstaal worden gebruikt.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht