CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Speech van Linde van den Bosch bij haar afscheid van de Nederlandse Taalunie

27/04/2012

Onderstaande speech werd gegeven voor Linde van den Bosch tijdens haar afscheidsreceptie op 24 april in Breda. We publiceren deze op de CVN-blog met dank aan Linde en de Nederlandse Taalunie.

Breda, 24 april 2012

Bij mijn eerste optreden voor de Taalunie las ik een fabel voor van Toon Tellegen. Vandaag, bij mijn laatste optreden voor de Taalunie, wil ik graag met diezelfde fabel afsluiten. Niet omdat er ondertussen niets gebeurd is, maar juist omdat er in korte tijd veel is gebeurd.

De eekhoorn zat aan zijn tafel, likte aan zijn pen, doopte hem in de galappel, dacht na, fronste zijn wenkbrauwen en schreef:

Geachte secretarisvogel,
Ik ben de eekhoorn en woon in het bos. Ik houd van brieven schrijven, maar niemand schrijft mij ooit terug. Nu heb ik zo het vermoeden dat u niets anders doet dan terugschrijven. Zoudt u mij ook eens willen terugschrijven?
Hoogachtend,
Eekhoorn.

Hij vouwde de brief op en wierp hem in de wind, en de wind blies de brief naar de secretarisvogel die dag in dag uit brieven naar alle uithoeken van de wereld schreef.
De volgende dag al kreeg de eekhoorn antwoord.

Geachte eekhoorn,
Ja.
Hoogachtend,
Secretarisvogel.

Vol trots liet de eekhoorn de brief aan de mier zien. De mier las de brief en was niet erg onder de indruk van de woorden van de secretarisvogel.
Dat had hij toch ook wel kunnen zéggen? Dat hoef je toch niet te schrijven? Zei hij.
Hoe kan hij dat nou zeggen? Zei de eekhoorn. Hij is hier niet.

De eekhoorn kreeg tranen in zijn ogen. Daar stond hij met zijn brief, op glanzend wit papier geschreven. De eekhoorn las de brief steeds maar weer aan zichzelf voor. Hij vond het woord ‘ja’ het mooiste woord en de mooiste zin die hij kende.

Drie dagen later ontving hij een nieuwe brief.

Geachte eekhoorn,
Ik heb al lang niets meer van u gehoord. Er is toch niets ernstigs met u? Ik hoop spoedig iets naders te ontvangen.
Met de allervriendelijkste groeten,
Secretarisvogel.

(citaten van Toon Tellegen)

In sprookjes en fabels kan er van alles dat in de dagelijkse werkelijkheid onmogelijk is. Met de snelheid van de wind vliegen brieven de wereld over om de volgende dag op de deurmat van de geadresseerde te belanden. Maar hier hebben we toch met iets bijzonders te maken. In dit geval heeft de werkelijkheid de fabel ingehaald. De snelheid van de wind is niets vergeleken met de snelheid van de nieuwe media. In luttele seconden worden onze boodschappen via de techniek de wereld in geblazen. We hoeven niet meer bang te zijn dat niemand ons terugschrijft. Via Facebook bereiken we al onze vrienden in een oogwenk. Met twitter houden we onze tientallen, honderden, soms zelfs duizenden volgers continu op de hoogte van al ons wel en wee. Overigens zou de secretarisvogel uit de fabel met twitter wel uit de voeten kunnen. JA, een even eenvoudig als helder antwoord in slechts twee tekens. En net als wij allemaal is ook de secretarisvogel er een van het ongeduldige soort. Als we niet binnen een uur een reactie hebben op een sms’je sturen we er prompt een achteraan.

Toen ik op 1 november 2004 bij de Taalunie begon, was het tijdperk van de brief inmiddels een heel eind voorbij. Maar facebook was pas een paar maanden in de lucht (februari 2004). Het duurde nog tot mei 2008 voordat er een Nederlandstalige versie verscheen. Twitter begon pas in 2006. Ik kan u eerlijk zeggen dat déze secretarisvogel niet erg actief is op twitter en facebook. Ik vond het al heel wat dat we op het Algemeen Secretariaat gingen Yammeren. Een soort Twitteren voor beginners in een omgeving waarin je niet veel onheil kunt aanrichten. Overigens drukken die woorden wel precies uit wat het is. Een hoop getwitter over niets en een hoop gejammer over wat er op kantoor niet naar wens verloopt. Op zich prachtige nieuwe aanwinsten voor onze taal. En dáár is het déze secretarisvogel in de Taalunie allemaal wel om te doen. De fabel toont op krachtige en simpele wijze het belang van taal, in ons geval de Nederlandse taal. Het belang van communicatie, het belang van mondelinge en geschreven taal, het belang van verschillende vormen van taal: kort en krachtig of meer formeel, afhankelijk van de situatie, het belang van het overwinnen van communicatieve beperkingen, van het overbruggen van tijd en afstand met alle media waarover we beschikken. Met dat alles is de Taalunie in de afgelopen acht jaar zeer intensief bezig geweest. Ik noem een paar voorbeelden:

Nederlands, wereldtaal
In 2010 lanceerden we het – door sommigen als nogal pretentieus ervaren – motto:Nederlands, wereldtaal. Ik geef toe, in het begin moesten we er allemaal even aan wennen, maar als je de feiten op een rij zet, dan dekt het toch een serieuze lading:

Binnen de kaders van het Taalunieverdrag hebben we sinds 2004 de associatie met Suriname, sinds 2007 een samenwerkingsovereenkomst met de Antillen (nu met Curaçao en Sint Maarten) en sinds 2010 ook een samenwerkingsovereenkomst met Zuid-Afrika. Inmiddels is ook de samenwerking met Aruba bekrachtigd. Onder de noemer Nederlands wereldwijd ontplooit de Taalunie tal van activiteiten die gericht zijn op het ondersteunen en faciliteren van het onderwijs in en van het Nederlands, als moedertaal, als tweede taal of als vreemde taal. Daarbij zijn we ons er van bewust dat het Nederlands een taal is tussen andere talen en dat het Nederlands verschillende variëteiten kent. Zoals Joke van Leeuwen zegt: ‘het Nederlands in Vlaanderen is even Nederlands als het Nederlands in Nederland (of Suriname), al blijven er verschillen’.

Taal- en spraaktechnologie
Nog een terrein waarop de Taalunie in de afgelopen jaren grote stappen heeft gezet: het terrein van de taal- en spraaktechnologie. We zeggen steeds dat het Nederlands een taal moet blijven die overal bruikbaar is: thuis, op school, op het werk, op straat in de wetenschap, in de literatuur. Dat betekent vandaag de dag ook dat een taal digitaal moet zijn. Het Nederlands zal snel aan kracht inboeten als ze niet alom vertegenwoordigd is in de digitale wereld. Door te investeren in taal- en spraaktechnologie zorgen we ervoor dat in allerlei toepassingen waarin de communicatie tussen mens en machine een grote rol speelt, ook het Nederlands vertegenwoordigd blijft. Denkt u aan GSM-systemen in de auto, computerspellen, sprekende telefoons, reisinformatie bij de spoorwegen, kranten die door de computer worden voorgelezen. Deze lijst zal rap groeien en in al deze toepassingen wordt gebruik gemaakt van taal- en spraaktechnologie. Dankzij de gezamenlijke inspanningen in het taalgebied hebben we voor het Nederlands een prachtige basis gelegd met grote potentie voor de toekomst.

Literair vertalen
Voor het volgende voorbeeld begin ik met een citaat van Johnson: ‘Poetry cannot be translated; and, therefore, it is the poets that preserve the languages; for we would not be at the trouble to learn a language if we could have all that is written in it just as well in a translation. But as the beauties of poetry cannot be preserved in any language except that in which it was originally written, we learn the language’.

Of het alleen omwille van de poëzie is dat mensen talen leren, valt te betwijfelen. Misschien wordt de motivatie vandaag de dag meer en meer ingegeven door economische redenen. Feit is dat de belangstelling voor het leren van het Nederlands elders in de wereld groeit. Elders in de wereld groeit eveneens de belangstelling voor de Nederlandstalige literatuur. En hoezeer mensen ook Nederlands willen leren, de meesten vinden het toch een stuk eenvoudiger om een van oorsprong Nederlandstalig boek in de eigen taal te lezen. En niet voor niets floreert in ons taalgebied de vertaalde roman. Kortom, literatuur moet vertaald worden. En dat is geen sinecure. Poëzie vertalen is, volgens het citaat, zo goed als ondoenlijk, maar ook het vertalen van een serieuze roman vergt grote vaardigheid. Opnieuw samen met andere spelers in het veld, heeft de Taalunie daarom in de afgelopen jaren sterk ingezet op de scholing van literair vertalers.

Taalpeil en DWVDNT
Om het Nederlands breed over het voetlicht te brengen, brachten we in de afgelopen jaren de krant Taalpeil uit. Nu zijn kranten onder jongeren natuurlijk uit en is alles wat snel en digitaal is, epic. Daarom lanceerden we in 2010 ook ‘Duwuvudunutu’, ofwel De Wereld Van De Nederlandse Taal en zetten we onze schreden op Facebook en Twitter. Daar ligt de wereld van de jongeren en die willen we winnen.

Nieuwe meerjarenbeleid
We staan aan de vooravond van een nieuwe beleidsperiode. En misschien zijn het in de huidige politieke en economische malaise niet meteen taalkwesties die mensen opwinden, maar de buitenwereld confronteert ons wel met vraagstukken als:

De Taalunie heeft de wijsheid niet in pacht en beschikt niet over eenduidige antwoorden. Die zijn er vaak ook niet. Het is niet óf Nederlands óf Engels, het is Nederlands én Engels. Het is niet óf normen óf variatie, het is normen én variatie, het is niet óf nieuwe media óf oude media, het is nieuwe media én oude media. Vanuit deze insteek hebben we de krijtlijnen voor ons nieuwe meerjarenbeleidsplan geschetst. Zo simpel en eenvoudig als de fabel, zo simpel en eenvoudig is ons ABC voor de komende periode. Anker, Baken en Communicatie. Het Nederlands verder verankeren. Voortbouwen aan een eigentijdse infrastructuur voor het Nederlands en ons krachtig inspannen voor de positie van het Nederlands, zowel binnen als buiten het taalgebied. Daarnaast wil de Taalunie een baken zijn. Taalgebruikers hebben behoefte aan houvast. We zullen daarom nadrukkelijk normen voor taalgebruik uitdragen voor wie daaraan behoefte heeft, voor onderwijs en overheid. En we zullen blijven investeren in mensen die professioneel met taal bezig zijn – leraren, vertalers, presentatoren – mensen die zelf als bakens fungeren voor anderen. In onze communicatie dragen we dat uit. Met speciale aandacht voor jongeren. Zij hebben de toekomst van onze taal in handen.

Met deze basis voor het beleid van de komende jaren, draag ik de fakkel over aan mijn opvolger. Voor de komende maanden zijn dat er twee. Het doet mij groot plezier dat Marc le Clercq en Michel Penders, twee collega’s binnen het Algemeen Secretariaat, in de komende maanden tijdelijk de honneurs zullen waarnemen. Zij kunnen daarbij steunen op een zeer deskundig en gedreven team. Het is vooral dankzij deze mensen dat ik in de afgelopen jaren de Taalunie kon representeren. Marc, Michel, hier en nu dank ik in jullie jullie allemaal.

Maar vandaag wil ik ook een speciaal woord van dank uitspreken aan al die mensen die in de afgelopen jaren mij, het Algemeen Secretariaat, de Taalunie van nabij of op enige afstand geholpen hebben de gestelde doelen te realiseren: de leden van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, de Interparlementaire Commissie, het Voorbereidend Overleg, de bewindslieden. Al onze platforms, commissies en werkgroepen. Ons eigen Taaluniecentrum in Brussel, het ETC in Jakarta, het ELV. En al die mensen die vanuit hun organisaties betrokken waren en zijn – vanuit het INL, DBNL, de Stichtingen Lezen, de Stichting Lezen en Schrijven, het Vlaams Fonds, het Nederlands Letterenfonds, CPNB, Boek.be, CVN, deBuren, de Brakke Grond, Ons Erfdeel, het Genootschap Onze Taal, de IVN, NL-Term. De lijst is lang. Neemt u het mij niet kwalijk als ik u niet persoonlijk heb genoemd. Maar weet dat de Taalunie haar werk slechts kan verrichten samen met u.

Deze secretarisvogel neemt afscheid. Zij licht haar anker en verzet haar bakens. Maar zij zal het gedachtegoed van de Taalunie meenemen en uitdragen. Ook in haar nieuwe baan. En zij hoopt regelmatig van u allen te horen. Per brief, mail, sms of welk medium dan ook en zij zal ook regelmatig naar u informeren. En zij vertrouwt erop dat als u in de komende periode een brief ontvangt die luidt:

Geachte mevrouw, geachte meneer,
Wij zijn van de Taalunie. Wij houden van de Nederlandse taal. Nu heb ik zo het vermoeden dat u ook van de Nederlandse taal houdt. Zoudt u ons willen helpen om de gebruikers van het Nederlands te helpen?
Hoogachtend,
Taalunie.

U de volgende dag al antwoordt.

Geachte Taalunie,
JA
.

Want zo heeft zij u de afgelopen jaren leren kennen.
Heel hartelijk dank daarvoor!

Meer informatie over de Nederlandse Taalunie vindt u opwww.taalunieversum.org.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht