CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Pleidooi voor hernieuwde geschiedschrijving van de Nederlanden 1813-1815 (door Vlaamse voorzitter van CVN Herman Balthazar)

09/11/2011

De jaren 1813, 1814, 1815  verdienen historiografisch een bijzondere aandacht voor de geschiedenis van Vlaanderen/België en van Nederland vanuit drie perspectieven, de eigen nationale geschiedenis, de gezamenlijke en de Europese geschiedenis.

De grote ‘volkerenslag’ nabij Leipzig van 16 tot 19 oktober 1813 liep uit op een beslissende nederlaag van keizer Napoleon. Het einde van de Europese oorlogen kwam in zicht. Het werd tevens een keerpunt voor de revolutionaire tijd die alle Europese landen min of meer had beroerd vanaf de jaren 1780.

Voor de geschiedenis van de Nederlanden werd het wel een zeer bijzonder keerpunt.
In het Noorden (de oude Verenigde Provinciën) kwam er op korte tijd de consensus om een nationale eenheidsstaat op te richten met prins Willem Frederik van Oranje-Nassau, zoon van de laatste Stadhouder als staatshoofd. Op 2 december 1813 trad hij aan als Koning Willem I.
In het Zuiden (de oude Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsdom Luik) begon de Franse uittocht iets later, in februari 1814. Het nationaliteits- en identiteitsbesef was er veel minder afgelijnd dan in het Noorden, maar een terugkeer naar de situatie van voor 1794 leek uitgesloten.

Een oplossing tekende zich af met inspiratie en druk vanuit Holland en vanuit de Europese grootmachten, Engeland voorop. Ze kreeg een definitieve gestalte in het Protocol van de VIII artikelen, Londen, 21 juni 1814.  Art.1 sprak van een “Réunion” (hereniging) van de Nederlanden. Het was Koning Willem I die het als staatshoofd moest waar maken in een ‘amalgame le plus parfait’.
De vereniging of hereniging werd een feit. In de slotakte van het Congres van Wenen (9 juni 1815) werden alle regelingen bekrachtigd voor de internationale erkenning van het (Verenigde) Koninkrijk der Nederlanden. Binnenlands moest een kiescollege van notabelen uit Noord en Zuid zich uitspreken over een aanpassing van de grondwet. Dit gebeurde in augustus 1815, weliswaar niet zonder contestatie van de katholieke bisschoppen, maar mits wat ”Hollandse rekenkunde” werd de nieuwe grondwet van kracht.

Hoe de staats- en natievorming in Willem I’s Koninkrijk is verlopen en na 15 jaar is misgelopen verdient in de herdenkingsjaren 2013-2015 vernieuwde aandacht, van het Europese tot het lokale niveau.

Voor Nederland werkt reeds een comité dat voor Nederland verschillende initiatieven voor het herdenkingsjaar 2013 coördineert.
De Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland pleit daarnaast voor een bredere en – waar mogelijk – comparatieve aanpak. Dit is dus een pleidooi dat zowel gericht is aan de historici-specialisten van de 19e eeuw van alle universiteiten in Vlaanderen en Nederland als aan alle historische en heemkundige kringen in beide landen. In het geheel van historisch onderzoek en historische literatuur is de aandacht voor de jaren 1813-1839 (van de eerste plannen van ‘hereniging’ tot het scheidingsverdrag) sterk afgenomen. Onderzoek, van het academische tot het lokaal-heemkundige niveau, vertrekt steeds van nieuwe vragen in de eigen tijd. Er zijn in onze eigen tijd ongetwijfeld veel nieuwe vragen over nationale identiteit en over onze plaats in de Europese constructie. Die nieuwe vragen verdienen kritisch belicht te worden door  nieuw historisch onderzoek. Aan thema’s voor onderzoeksprojecten, voor biografieën,  voor masterscripties of voor lokale erfgoedzorg ontbreekt het niet. De gebeurtenissen van 1813 en volgende jaren reiken ons veel inspiratie aan.

Em.prof.dr. Herman Balthazar

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht