CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Het belang van Kunst en Cultuur

14/12/2010

Naast de teleurstelling en verontwaardiging over het besluit van het huidige Nederlandse kabinet om zo rigoureus en onevenredig te bezuinigen op kunst en cultuur voegt zich de teleurstelling dat tegenstanders van dit bezuinigingsbeleid zo tekortschieten in het duidelijk maken, waarom kunst en cultuur zo belangrijk zijn voor onze samenleving.

Ik verzet me niet tegen de bezuinigingen als zodanig, maar tegen de onevenredigheid van de bezuinigingen (1/3 van het budget) en tegen het onomkeerbare gevolg van bepaalde bezuinigingen. Wat in jaren is opgebouwd en nu verdwijnt, komt niet meer terug. Wat weg is, blijft weg.

Het meest ontstemd ben ik echter over het volstrekt onvoldoende onderkennen en uitdragen van het belang van Kunst en Cultuur voor onze samenleving in al haar facetten. Bij de verdediging van de bezuinigingen worden kunst en cultuur te gemakkelijk afgedaan als elitaire hobby’s. Terwijl Boris van der Ham in de NRC terecht stelt dat er meer mensen naar het theater gaan dan naar het voetbalveld. De onderwaardering van het belang van Kunst en Cultuur is aanwezig zowel bij de overheid als jammer genoeg ook bij de culturele sector.

In mijn voormalige functie als Commissaris van de Koningin in de provincie Zeeland hield ik het Zeeuwse bedrijfsleven regelmatig voor dat het ondenkbaar is dat een innovatieve dynamische economie zou kunnen gedijen in een samenleving zonder een innovatieve en dynamische cultuur. In een stagnerende maatschappij in culturele zin ontwikkelt zich geen vernieuwende economie. Dat geldt in zijn algemeenheid, maar nog meer voor de economische sectoren die een afgeleide zijn van kunst en cultuur, namelijk de wereld van de design, architectuur, mode, media, reclame en de audiovisuele industrie.

Wie innovatie bepleit en tegelijkertijd op kunst en cultuur bezuinigt, begrijpt onvoldoende hoe innovatie ontstaat of begrijpt onvoldoende de stuwende maatschappelijke rol van kunst en cultuur of beide. Het is als de relatie tussen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek dat voor een groot deel door de overheid wordt gefinancierd en toegepast wetenschappelijk onderzoek dat meer bij de bedrijven plaatsvindt. De fundamentele kost gaat bij het wetenschappelijk onderzoek voor de toegepaste baat uit en beide zijn gebaat bij verrassende creativiteit. Het is onder meer dit besef dat voor een bedrijf de motivatie vormt voor cultuursponsoring, naast naamsbekendheid, goodwill en relatiebeheer.

In Zeeland mochten het Zeeland Nazomerfestival en het filmfestival Film by the Sea voor 50% rekenen op ondersteunende bijdragen uit de particuliere sector. De opvatting van staatssecretaris Halbe Zijlstra zoals recent naar voren gebracht bij Pauw en Witteman dat kunst en cultuur in grote mate op de overheid leunen is dus niet in alle gevallen waar en bovendien weinig waarderend en stimulerend voor het bedrijfsleven dat al jaren bij cultuursponsoring zijn verantwoordelijkheid wel genomen heeft.

Al decennialang is het een gulden regel dat de ene overheid niet de bezuiniging van een andere overheid aanvult. Dan is het moeilijk denkbaar dat de particuliere sector wel een bezuiniging van de overheid zal willen aanvullen. De uitgesproken verwachting van staatssecretaris Zijlstra dat dit wel zal gebeuren is of naïef of oneerlijk, in ieder geval onrealistisch. De steun van de particuliere sector aan de Zeeuwse festivals is in 10 jaar opgebouwd en bovendien zijn Festivals blijkbaar aantrekkelijker voor sponsoring dan een jaarlijkse bijdrage aan een orkest of toneelgezelschap. Een topculturele instelling als het Concertgebouworkest weet nauwelijks meer dan 5% aan sponsorgelden binnen te halen (zie de NRC van 11 december 2010). Van alle motivaties om als particuliere sector cultuur en kunst te steunen scoort de overweging `omdat de overheid bezuinigt` voorspelbaar het laagst. In ieder geval kan men niet verwachten dat de mogelijke toename vanuit de particuliere sector gelijk op zal lopen met de afname van de overheidsbijdrage.

De relatie van cultuur en economie zoals hiervoor aangegeven kan nog directer zijn, zoals Amsterdam al weer enige jaren geleden heeft aangetoond dat de overheidsbijdrage aan kunst en cultuur terugverdiend wordt door de inkomsten uit het toerisme. Gerard Marlet, directeur van onderzoeksinstituut Atlas voor gemeenten, schrijft op 18 november in de NRC dat steden met een groot en gevarieerd aanbod van kunst en cultuur populaire woonsteden zijn wat onder meer tot uitdrukking komt in de prijs van huizen. Na een lange periode waarin mensen massaal de stad verlieten gaat het sinds de jaren negentig weer goed met de Nederlandse stad. Men wil er weer graag wonen. Het rijke culturele aanbod heeft zeker bijgedragen aan de revitalisering van de stad. Ik kan er persoonlijk van getuigen, gedeeltelijk woonachtig in de Achterhoek Winterswijk vanwege de natuur en gedeeltelijk woonachtig in Amsterdam vanwege de cultuur. In Amsterdam woon ik zelfs op loopafstand van het concertgebouw, de stadschouwburg en meerdere musea.

Een maatschappelijke functie van kunst en cultuur is het kennismaken met het andere, kennismaken met de ander. Het andere, de ander leren kennen, waarderen en accepteren. Tolerantie ontwikkelen voor het andere, voor het afwijkende. Het andere, de ander niet als een bedreiging ervaren.

De naoorlogse verzoening met Duitsland kon zo verlopen omdat door kennis te nemen van de Duitse literatuur van Boll, Brecht, Grass, Schlink, Haffner, Pascal Mercier, men kennis maakte met het andere Duitsland. Het acceptabele Duitsland. Een ontwikkeling die versterkt werd door de Duitse Film, TV en muziek.

In een huidige samenleving waar een politieke partij politiek gewin ontleent aan het afzetten tegen de ander, het wij tegenover het zij plaatsend, is de verzoenende functie van kunst en cultuur broodnodig. Kunst en cultuur bevorderen het grenzeloos denken, bevorderen het over grenzen heen stappen, rekenen af met het denken in verouderde stereotypen. Zeker in onze Vlaams-Nederlandse relatie is dat gewenst omdat, terwijl we veel gemeen hebben het wel lijkt of datgene waarin we verschillen steeds meer als een belemmering wordt ervaren in plaats van het te ervaren als een charmant verschil, dat het leven interessanter maakt. De grensoverschrijdende verschillen, die als belemmering werken, mogen en moeten we niet accepteren.

Europa en het buitenland zijn voor Vlaanderen en Nederland belangrijk, maar het belang van het Nabije Europa is daarbij van zeer dominant belang. Dat geldt voor de economische betrekkingen, maar ook voor de veiligheid, zowel de criminaliteitsbestrijding als het optreden bij calamiteiten en zaken betreffende het omgevingsbeleid. Dat geldt voor Vlaanderen en Nederland onderling, maar voor ons gezamenlijk is Duitsland en in het bijzonder Noordrijn-Westfalen het Nabije Europa. Echter, ook in de relatie met het Nabije Europa zijn er veel belemmeringen, formele en niet te veronachtzamen informele. Kunst en Cultuur kunnen een wezenlijke bijdrage leveren om deze belemmeringen te overbruggen.

In een steeds complexer wordende maatschappij ontstaat begrijpelijk een hang naar simpele eenduidigheid. Maar hoe begrijpelijk die wens ook het is, het is een valse, niet realistische, wens. Er is geen simpel antwoord op alle complexe maatschappelijke vragen van vandaag, dat is er trouwens al eeuwen niet. Al willen de politieke rattenvangers van Hamelen dat de kiezer wel proberen wijs te maken. De verkiezingsuitslag geeft aan, niet geheel zonder succes.

Kunst en cultuur maken korte metten met eenduidige beelden van onszelf en de werkelijkheid, aldus Bas Heijne in de NRC. Daarom worden kunst en cultuur zo negatief bejegend door politici die ons in simpele eenduidigheid willen laten doen geloven. Een kunstvijandige samenleving is een samenleving die niet langer naar zichzelf wenst te kijken, die niet meer in staat is over haar eigen horizon te zien en enkel nog eenduidigheid nastreeft. Een samenleving die niet langer nieuwsgierig is naar wat een mens tot mens maakt en de relatie met andere mensen onderzoekt. Zo een samenleving is aldus Bas Heijne een gevaar voor zichzelf.

W.T. van Gelder

Nederlands voorzitter Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht