CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

“Cultuur heeft mijn primaire enthousiasme”. Interview met Joop Daalmeijer.

22/11/2011

Na een turbulente tijd voor de Raad voor Cultuur, met een advies dat de Staatssecretaris naast zich neerlegde met het vertrek van voorzitster Els Swaab als gevolg, staat er nu een nieuwe visionair aan het hoofd van dit sleutelorgaan. Joop Daalmeijer, lid van CVN, leidt vanaf heden het belangrijkste adviesorgaan op het gebied van cultuur- en mediabeleid. Hoog tijd voor een onderonsje, om zijn eerste gedachten over zijn nieuwe functie te horen. Hieronder leest u het verslag van het gesprek dat we voerden met Joop, onder het genot van een kop koffie in het beruchte Haagse etablissement De Posthoorn.

Kijken wat we kunnen doen

“Een geschenk” noemt Joop Daalmeijer zijn aanstelling tot voorzitter van de Raad voor Cultuur in Nederland.  “Cultuur heeft mijn primaire aandacht en ook mijn primaire enthousiasme, dus ik vind dit buitengewoon prettig. Of het nou gaat om literatuur of architectuur, of het gaat om moderne dans, klassieke of hedendaagse muziek, ik vind het een fantastische wereld, met geweldige mensen die er werken, die ondanks alles enthousiast blijven.”

Dat het barre tijden zijn voor de culturele sector ontkent Daalmijer niet. “Als staatssecretaris Halbe Zijlstra ergens binnenkomt gaat er boegeroep op. Dat wil hij veranderen. Ik heb niet voor dit kabinet gestemd. Het is niet mijn kabinet. Maar over een paar jaar komt er misschien een ander. In ieder geval wil ik samen met het kabinet kijken waar er ruimte is, waar er marges zijn om een aantal zaken te verwezenlijken. Kijken wat we kunnen doen, en dat zal over twee kabinetten heengaan, dat is ook altijd interessant.”

CVN: “Denkt u dat u de koers van het kabinet op cultureel gebied kan bijsturen?”

“We moeten kijken waar de marges liggen. Als je adviezen schrijft en daarbij formuleringen kiest die bij dit kabinet totaal niet binnen de politieke bandbreedte vallen, dan kan je het net zo goed niet schrijven. Het is belangrijk om te zoeken waar nog ruimte is, op het stuk van fiscaliteit, op het stuk van de nieuwe Geefwet, als het gaat over cultureel ondernemen, als je kijkt naar ontwikkeling van talent. Er zijn meer begrotingen dan alleen die voor cultuur. Het is de vraag waar ruimte zit en waar je dingen samen op kunt pakken.”

“De bezuinigingen van 200 miljoen kunnen  we niet terugschroeven. Maar als we kijken naar de financiering van de culturele instellingen is er meer dan alleen maar subsidiëring. De nieuwe Geefwet biedt mogelijkheden. Fiscaal aantrekkelijk geven moet ook mogelijk worden voor mensen zoals jij en ik, die geen miljoenen op de bank hebben staan. Je moet kijken of je de drempel wat kunt verlagen”. Maar, zo relativeert Daalmeijer: “Het zal nooit die tweehonderd miljoen [aan bezuinigingen, CVN] goedmaken.”

Daalmeijer noemt ook het cultureel ondernemen als gebied waar voor de sector nog kansen liggen. “Het Gelders orkest en het Orkest van het Oosten vinden nieuwe vormen van financiering en optreden waarmee ze toch precies doen waarvoor ze opgericht zijn: namelijk muziek naar het publiek brengen. Dat is een voorbeeld van nieuwe businessmodellen die je in de gaten moet houden.”

Ook het doen van ondersteunend onderzoek weegt voor Daalmeijer zwaar: “Annick Schramme aan de Universiteit Antwerpen doet buitengewoon interessant onderzoek op het gebied van cultureel ondernemen. Dat is in Nederland nog een beetje onderontwikkeld. In Vlaanderen ligt men daarop voor. Vandaar dat we in gesprek moeten over de grens heen.”

Daalmeijer wil de komende tijd vooral rondkijken in andere landen, om te zien hoe de bloei van het culturele leven zich verhoudt tot de hoogte van steun die de lokale overheid eraan geeft. “Uit onderzoek is gebleken dat het niet zo is dat de cultuurbeleving achteruit gaat in landen waar cultuursubsidiëring wordt teruggeschroefd. Dat is een interessante vaststelling. Maar, om daar te komen heb je een periode van aanloop nodig. En in Nederland komen we uit een situatie waarin we gewend waren aan de zekerheid van subsidie.”

Kunstonderwijs met ruimte voor talent

Daalmeijer is van mening dat vooral de ontwikkeling van nieuw artistiek talent in het huidige kabinetsbeleid een ondergeschoven kindje is. “Talentontwikkeling is heel belangrijk, en het is jammer dat dit grotendeels is weggevallen. Culturele instellingen moeten zelf zorg dragen voor die talentontwikkeling en ik denk dat we veel inspanning moeten leveren om te zien of we daar geld voor kunnen vinden.” Daalmeijer noemt onder meer het Haagse Residentie Orkest, dat rechtstreek contact onderhoudt met het Haags Conservatorium. “Het orkest geeft aan leerlingen van het conservatorium heel wat kansen, bijvoorbeeld om mee te spelen bij de eerste violen. Zo ontwikkel je talent.” Daalmeijer ziet ook kansen om het kunstonderwijs op de lagere en middelbare school te verbeteren: “De departementen voor Cultuur en Onderwijs moeten op dat vlak beter gaan samenwerken.”

Cultuur golft over de grens heen

Ook in het publieke medialandschap is er de afgelopen tijd nogal wat veranderd. We vragen Daalmeijer, mediaman par excellence, naar zijn visie hierop:

“Er gaat 128 miljoen af van de mediabegroting. Dat is een gegeven, en heeft opgeleverd dat omroepen in Nederland zich anders zijn gaan opstellen. Solistische organisaties zijn nu onderdeel van een cluster, naast een klein aantal stand aloneorganisaties. Juist die laatste groep vormt het zout in de pap. Ik vind het jammer dat deze organisaties minder geld krijgen dan de gefuseerde omroepen. Extra geld voor een fusie is goed, anders beweegt men niet. Maar nu gaat het ten koste van de omroepen die alleen blijven en dat zou in de toekomst misschien bijgetrokken moeten worden.”

Ook voor het omroepbestel in zijn nieuwe vorm is het volgens Daalmeijer cruciaal om eigen producties te blijven brengen. “In zo’n klein taalgebied is dat kostbaar, maar moet je het toch doen. In dat kader moet je over de grens heen kijken. Kunst en cultuur houdt niet op  aan de grens, dat golft er overheen.” Het argument dat de Nederlandse en Vlaamse taal teveel van elkaar zouden verschillen, wijst hij resoluut van de hand: “Luister, als ik naar een Zweedse serie kijk versta ik het ook niet. In die gevallen ondertitel je gewoon.” Vandaar de oproep van Daalmeijer: “Kom tot samenwerking, kijk over je schutting heen. Belangrijker dan verschillen is dat de taal ons altijd blijft binden.”

Meer mensen laten meegenieten van subsidie

CVN: “Zou u een advies durven geven voor méér zendtijd voor cultuur op de Nederlandse televisie?”

“Ik zou het graag willen. Maar daar treed je in de onafhankelijkheid van organisaties.” Desalniettemin doet Daalmeijer een gooi. Hij pleit voor een afspraak tussen de publieke omroepen van Vlaanderen en Nederland om samen te werken bij de programmering van cultuur op de digitale televisie. Verschillende zenders, met opprimetime culturele producties uit het eigen land. Daar omheen kunnen de Vlaamse en Nederlandse collega’s elkaars producties uitzenden. “Ik wil graag in Nederland ook de laatste operaproductie van de Koninlijke Muntschouwburg zien. Die zien wij hier niet.” Maar er valt een kanttekening bij te maken: “Je zit hier met een probleem van auteursrechten. We moeten zoeken naar oplossingen die de rechten betaalbaar maken.”

Hij voegt hieraan toe: “Het is juist nu belangrijk om het publieksbereik van producties te vergroten. Een voorbeeld is De Nederlandse Opera, waarvan producties vaak beperkt blijven tot acht voorstellingen. Daardoor bereiken ze maximaal het aantal van 20.000 bezoekers. Op dit beperkte aantal bezoekers valt het totale bedrag aan subsidie terug. Als je het publieksbereik vergroot door de productie bijvoorbeeld uit te zenden op de openbare omroep, dan genieten meer mensen van de subsidie die erin gestopt is. Dat maakt het draagvlak van zo’n organisatie groter.” Naast het vergroten van het publieksbereik ziet Daalmeijer nog een voordeel: “Ook voor sponsoren is het aantrekkelijk wanneer het bereik van de door hen gesponsorde producties, en daarmee hun zichtbaarheid toeneemt. Ze krijgen als het ware een tweede venster voor hun reclame-uiting. Daar moet de wetgeving voor aangepast worden.” En ook hier noemt Daalmeijer de auteursrechtenkwestie de belangrijkste barrière die om een snelle oplossing vraagt.

Daalmeijer vindt het belangrijk dat de Nederlandse topinstellingen ook in de toekomst op steun van de overheid kunnen blijven rekenen, ook al lijkt het geïnteresseerde publiek af te nemen. CVN: “Als u dan kiest voor de instandhouding van een breed aanbod cultuur inclusief dure vormen zoals opera, ziet u het dan ook als speerpunt voor de Raad voor Cultuur om de komende jaren op zoek te gaan naar mogelijkheden om nieuw en jong publiek te werven?”

Daalmeijer: “Ja. Het vergroten van het publieksbereik is ook een expliciete opdracht van de Staatssecretaris, waar het de organisaties betreft die hij blijft ondersteunen.

CVN: “Tot slot, hebt u al een afspraak gehad met de Staatssecretaris?”

“Ja zeker, we hebben inmiddels verschillende gesprekken gevoerd. Hij vertegenwoordigt het beleid dat vaststaat en uitgevoerd moet worden; tegelijkertijd zie ik hem als een gesprekspartner. En dat werkt. Hij luistert. Hij moet binnen de gestelde financiële kaders blijven, zoveel is duidelijk. Maar hij zoekt ook naar betere contacten met de culturele sector.” En juist daar ziet Daalmeijer een rol voor zichzelf weggelegd.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht