CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Cultuur in Beeld 2014

01/12/2014

Op de jaarlijkse cultuurconferentie Cultuur in Beeld op 1 december 2014, heeft minister Bussemaker de publicatie Cultuur in Beeld 2014 gepresenteerd.

Cultuur in Beeld is een uitgave van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De publicatie biedt een overzicht van cijfers over de cultuursector en een duiding van belangrijke ontwikkelingen. De uitgave van 2014 richt zich op een aantal maatschappelijke trends en ontwikkelingen en beschrijft hoe burgers, culturele instellingen en overheden daarop reageren.

In de Kamerbrief waarmee de minister Cultuur in Beeld aan de Eerste en Tweede kamer bezorgt, schrijft zij inleidend:

“In deze brief schets ik u allereerst mijn beeld van de ontwikkelingen in de culturele sector en geef ik hier duiding aan. Daarna schets ik u de aanpak van Cultuur in Beeld en presenteer ik de eerste cijfermatige ontwikkelingen na de bezuinigingen.

Ontwikkelingen na de bezuinigingen 

In totaal is er met ingang van 2011 door de rijksoverheid 200 miljoen euro bezuinigd op de gesubsidieerde culturele sector. Dat is ruim 21 procent van de cultuurbegroting. Daarvan is per 2013 125 miljoen euro bezuinigd op uitgaven aan de culturele basisinfrastructuur (BIS, inclusief de rijkscultuurfondsen). Onder het vorige kabinet zijn bij de inrichting van de basisinfrastructuur 2013-2016 scherpe keuzes gemaakt.

Ondernemerschap, publieksbereik en vermindering van het aanbod werden dominant. Heel duidelijk werd dat cultuursubsidiëring geen vanzelfsprekendheid is. Het Rijk heeft zijn verantwoordelijkheid duidelijker afgebakend ten opzichte van de markt en de eigen verantwoordelijkheid van de sector. Het Rijk financiert duidelijk minder instellingen. Gemeenten, provincies en de rijkscultuurfondsen hebben de financiering van een aantal instellingen overgenomen van het Rijk.

De bezuinigingen hebben op zeer verschillende manieren effect gehad op individuele instellingen, en hun medewerkers. Een aantal instellingen werd met een beperkte korting geconfronteerd. Inhoudelijk wordt er in deze periode van deze instellingen het nodige verwacht, zoals talentontwikkeling en educatie, intensieve samenwerking en internationale profilering. Er zijn daarnaast instellingen die geen of veel minder subsidie kregen.

Slechts weinig instellingen zijn overigens daadwerkelijk gestopt met hun activiteiten nadat ze van de rijksoverheid geen meerjarige subsidie meer kregen. Bij een klein aantal instellingen is sprake geweest van een cumulatie van bezuinigingen door de verschillende overheden. Er gingen instellingen van de BIS naar een andere subsidient. Dat ging vaak gepaard met aanpassingen van de programmering, verandering van de producties en de tentoonstellingen. Er werden nieuwe samenwerkingen aangegaan.

Voor veel medewerkers betekende dit dat de werklast omhoog ging of de manier van werken drastisch veranderde. Ook moest afscheid worden genomen van medewerkers. In andere gevallen werd het dienstverband geflexibiliseerd. Mogelijk putten instellingen zich met dergelijke maatregelen uit. Ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling. Ik blijf dergelijke ontwikkelingen bij instellingen dan ook goed volgen.

Ondanks de bezuinigingen was er in 2013 veel cultureel aanbod, wat kon rekenen op veel bezoeken. Zowel het aanbod van cultuur als het bezoek aan cultuur vertoont in 2013 een positiever beeld dan in de periode daarvoor. De instellingen die subsidie hebben behouden, hebben over de gehele linie meer geproduceerd en meer bezoeken getrokken.

Het totale aanbod in de podiumkunsten – gesubsidieerd samen met het niet-gesubsidieerde segment – is in 2013, na een negatieve trend, weer toegenomen. De Raad voor Cultuur beschrijft in zijn cultuurverkenning dat de culturele sector zijn kracht heeft laten zien. ‘Het aanbod van kunst is nog steeds groot, divers en toegankelijk. Makers vinden nieuwe wegen, instellingen werken efficiënter.’

Cultuur in Beeld schetst vooral de kwantitatieve ontwikkelingen na de bezuinigingen. Ik vind het belangrijk om bij de cijfers ter illustratie ook de ontwikkelingen bij een aantal instellingen te schetsen in de afgelopen periode. Zij geven ieder op eigen wijze inkleuring aan de verhalen achter de cijfers.”

De Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten bevestigd de boodschap van het ministerie dat de presentatie van de cijfers te vroeg is om er conclusies aan te verbinden. ‘Zeker voor de podiumkunsten geldt dat voorstellingen zo lang van tevoren al zijn geboekt en dat veel afspraken al vast stonden toen de bezuinigingen kwamen. Die verplichtingen zijn nagekomen, vaak met incidentele budgetten (bijvoorbeeld uit frictiekosten), door in te teren op het eigen vermogen, door goedkoper te produceren of een beroep te doen op de welwillendheid van werknemers om zonder honorarium extra te werken. Dat is geen duurzaam financieringsmodel’.

Wat tevens volgens de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten niet zichtbaar is in de cijfers maar wel gevolgen had voor de ontwikkeling en innovatie van nieuwe generaties kunstenaars en de cultuursector, zijn de bezuinigingen op de voormalige productiehuizen. De output van deze huizen zijn niet zichtbaar in effectieve uitvoeringen omdat zij voornamelijk nieuw talent begeleiden.

De volledige brief vindt u op Rijksoverheid, net zoals de publicatie Cultuur in Beeld 2014 zelf. Tevens kunt u de  begeleidende studies over de economische ontwikkelingen in de cultuursector tussen 2009 en 2013, en de Monitor kunstenaars en afgestudeeerden aan creatieve opleidingen lezen.

 

Bron: Nederlandse Associatie Podiumkunsten

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht