CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Salon: Internationaal

Commissie Cultureel Vlaanderen Vlaanderen - Nederland
31/01/2009

Hoe treden Vlaanderen en Nederland samen internationaal op?

Moderatoren:

Annick Schramme, Universiteit Antwerpen
Ben Hurkmans, Instituut Clingendael

Panel:

Margriet Leemhuis, ambassadeur Internationale Samenwerking, Nederlands ministerie van Buitenlandse Zaken
Koen Verlaeckt, secretaris-generaal Internationaal Vlaanderen, Vlaamse Gemeenschap
Walter Moens, Vlaamse Vertegenwoordiger
Paul Beugels, voorzitter Nederlands-Vlaams Comité Buitenlands Cultureel Beleid
Laurens Runderkamp, Stichting Internationale Culturele Activiteiten

Sinds jaar en dag wordt er van verschillende zijden voor gepleit dat Nederland en Vlaanderen samen zouden optreden in derde landen.

Artikel 4 van het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, ondertekend op 17 januari 1995, stelt: “Verdragsluitende Partijen streven naar samenwerking in en met derde landen”.

Door de jaren heen werd projectmatig samengewerkt ter gelegenheid van de Frankfurter Buchmesse (1993), de beurzen van Barcelona (1995), Göteborg (1997), Londen (1999) en Parijs (2001) en de Biënnale van Venetië (1993). Structurele samenwerking ontstond bv. in Caïro, waar het Nederlandse instituut in 1999 uitgroeide tot een Nederlands-Vlaams instituut.

De vakgroepen Neerlandistiek in het buitenland spelen een belangrijke rol als Vlaams-Nederlandse steunpilaren: 600 docenten geven Nederlands aan 301 universiteiten en hogescholen in het buitenland. Instellingen zoals het Theaterinstituut Nederland en het Vlaams Theaterinstituut werken samen in het buitenland. Op het vlak van de film en de letteren wordt samengewerkt. In de Verenigde Staten en in China hebben Vlaanderen en Nederlands zelfs gemeenschappelijke kantoren.

De samenwerking tussen culturele attachés van de ambassades is belangrijk en leidde in het verleden vooral tot mooie initiatieven, helaas vaak broos omdat ze gebaseerd waren op de goede verstandhouding tussen mensen die slechts tijdelijk op een bepaalde diplomatieke post blijven. Een interessant voorbeeld van samenwerking is dat tussen de Vlaamse vertegenwoordiging en de Nederlandse ambassade in Boedapest. Sinds 2006 geven beide een gezamenlijk tijdschrift uit over de culturele programma­tie: “Holland-Flamand Kulturális Programok” (Dutch-Flemish Cultural Programs in Hungary).

Van 15 februari tot 12 maart 2008 liep in Hongarije bovendien het LOW-festival, of voluit Holland-Flamand Kultfeszt. “LOW” verwijst naar de Lage Landen, maar betekent in het Hongaars “paard”… met hilarische misverstanden tot gevolg. Op alle belangrijke podia en in de belangrijkste expositieruimtes in de Hongaarse hoofdstad toonden Vlaanderen en Nederland theater, dans, muziek, beeldende kunst, design, film en literatuur.

De Nederlandse en Vlaamse ministeries vonden het initiatief bijzonder geslaagd en bouwen daarop voort. Zo zijn momenteel vergelijkbare projecten in Zuid-Afrika en in Berlijn in voorbereiding.

Voor een wederzijds begrip en een betere samenwerking is het aanvaarden en erkennen van verschillen in administratieve cultuur en attitude tussen Vlaanderen en Nederland belangrijk. In de toekomst moeten terreinen worden aangeboord die nog onontgonnen zijn. De Nederlandse en Vlaamse beleidsverantwoordelijken overleggen hierover. Vlaanderen en Nederland moeten maximaal strategisch samenwerken in derde landen, op een structurele en professionele, doordachte manier. Het zou een automatisme moeten worden om informatie over cultuur uit de Lage Landen samen te verspreiden in het buitenland en gezamenlijk culturele initiatieven te nemen. Een gemeenschappelijk imago creëren voor oude kunst uit de Lage Landen zou nuttig zijn. Tegelijk dient aangetoond te worden dat Vlaanderen en Nederland levendige actoren zijn.

CVN vroeg aan het Nederlands-Vlaamse Comité Buitenlands Cultureel Beleid (CBCB) om met betrekking tot een gezamenlijk Nederlands-Vlaams optreden in derde landen enkele reflecties vanuit het veld te bundelen. Ter voorbereiding vroeg CBCB aan Annick Schreuder om een doorlichting te maken van de “Kansen en bedreigingen van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking in de Europese Unie”.

Daarnaast bracht CBCB afgevaardigen van organisaties en instellingen en onafhankelijke deskundigen uit Nederland en Vlaanderen samen om een “Programma van Projecten 2010-2015” op te stellen.

Om tot een gemeenschappelijk internationaal cultuurbeleid te komen, moeten structuren worden gecreëerd die aansluiting vinden bij wat in de praktijk al bestaat. De Commissie voor het Cultureel Verdrag en de Taalunie kunnen hier een rol spelen.

De betrokken ministeries en administraties in Nederland en Vlaanderen dienen waar nodig geoormerkte financiële middelen ter beschikking te houden voor gezamenlijke projecten. Deze voorziening kan het begin zijn van een te vormen Fonds voor Taal en Cultuur van de Lage Landen in de Europese Unie, als instrument voor de realisatie van gemeenschappelijk beleid.

CONCRETE INITIATIEVEN IN DIT KADER KUNNEN ZIJN:

  1. Het organiseren van gezamenlijke presentaties naar het voorbeeld van LOW.
  2. Het laten oplijsten van mogelijke gezamenlijke initiatieven door de Culturele ContactPunten (CCP) Nederland en Vlaanderen, die een intermediair vormen tussen het culturele veld en het Europees Programma Cultuur. Zij kunnen nagaan welke Nederlands-Vlaamse initiatieven in aanmerking kunnen komen voor financiering door het lopende Europees Programma Cultuur 2007-2013. Met deze gegevens in de hand kunnen culturele instellingen, kunstproducenten en culturele ondernemers worden geactiveerd gemeenschappelijke aanvragen bij de Europese Commissie in te dienen.
  3. De tv-satellietzender het Beste van Vlaanderen en Nederland BVN moet zich in de toekomst ook richten tot anderstalige kijkers in het buitenland, te beginnen met een Engelse versie.
  4. De leerstoelen en docentschappen Neerlandistiek in Europese steden worden uitgebouwd tot een netwerk van de Nederlandstalige cultuur. Daartoe wordt het project ‘Cultuur buiten de muur’ van de Nederlandse Taalunie, dat in 1999 werd afgesloten met een evaluatierapport, hernomen.
  5. In Brussel, het hart van de Europese Unie, wordt bij wijze van proef een Nederlands-Vlaamse cultuurjaarmarkt – een Europese ‘Uitmarkt’  – georganiseerd als presentatie van internationale producties en projecten van Nederlandse en Vlaamse signatuur.
  6. De Collectie Nederland en de Vlaamse Kunst Collectie wordt verzocht de bestaande mogelijkheden voor samenwerking en afstemming uit te werken in internationaal georiënteerde projecten.
  7. Nederland en Vlaanderen dienen pro-actief in te spelen op de culturele jaarthema’s van de Europese Unie om hun gemeenschappelijke culturele belangen en betrokkenheid breed uit te dragen.
  8. De haalbaarheid van een Nederlands-Vlaamse cultuurzender moet (opnieuw) worden onderzocht.

Aanbeveling

CVN was mede initiator van de satellietzender “Het Beste van Vlaanderen en Nederland” (BVN) en van het Vlaams-Nederlands huis deBuren in Brussel. CVN is blij met de gezamenlijke initiatieven van beide overheden in derde landen, zoals het LOW-festival in Boedapest en het vervolg dat er o.m. in Zuid-Afrika aan gegeven wordt. CVN hoopt dat het succes daarvan de overheden inspireert tot een meer structurele samenwerking in derde landen.  De ambassades, de docentschappen Nederlands en de Culturele Contactpunten kunnen daar mede de basis voor leggen.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht