CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Nederlandse btw-verhoging op podiumkunst: een verslag

06/01/2011

De in het regeerakkoord aangekondigde belastingverhoging op toegangskaarten voor concerten en theatervoorstellingen is een half jaar uitgesteld en gaat per 1 juli 2011 van kracht. Voor de handel in beeldende kunst en antiek geldt het uitstel niet en blijft de startdatum van 1 januari 2011 gelden. Dit is de uitkomst van het debat tussen de Eerste Kamer (senaat) en de verantwoordelijke Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers, nadat de Eerste Kamer door middel van een motie had geprobeerd de maatregel te laten schrappen.

Het voorstel om de btw op concert- en theaterkaartjes te verhogen van laag (6%) naar standaardtarief (19%) was onderdeel van een plan voor het totale pakket  aan belastingen voor 2011. Door tegen het plan te stemmen vanwege de belastingverhoging op podiumkunst zou het Nederlandse parlement tegelijkertijd gestemd hebben tegen andere maatregelen die voor veel burgers en bedrijven gunstig uitpakken. Omdat het kabinet  het nieuwe belastingplan vanaf begin  2011 wilde invoeren was aan de besluitvorming een strikte deadline gekoppeld. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer (volksvertegenwoordiging) hadden weliswaar moeite met de voorgestelde belastingverhoging ten aanzien van podiumkunsten; zij slaagden er niet in om het onderling op tijd eens te worden over een alternatief voorstel. Met steun van onder meer de regeringspartijen VVD en CDA en hun gedoogpartner  PVV doorliep het plan de stemming daarom ongewijzigd.

Na het fiat van de Tweede Kamer wakkerde het protest vanuit de kunstproducerende en –minnende hoek aan. Anticiperend op de verhoging startten een aantal grote evenementen de voorverkoop van toegangskaarten voor 2011 om nog te kunnen profiteren van het lage btw-tarief. Dit had tot gevolg dat voor een aantal kunst- en cultuurmanifestaties alle kaartjes binnen de kortste keren de deur uitvlogen. Dat was bijvoorbeeld het geval bij Lowlands 2011 dat binnen luttele uren uitverkocht was, driekwart jaar vóórdat het plaatsvindt en zonder dat iets van het programma bekend was. Hiermee waren de organisatoren de fiscus te slim af: een groot deel van de door het kabinet verwachte extra inkomsten in 2011 vielen weg omdat de kaarten al in 2010 tegen het lage belastingtarief verkocht waren. Naast dit soort harde actie was er ook woordelijk protest. De culturele sector voerde aan dat de voorgestelde btw-verhoging praktische problemen opleverde die door hen niet op te vangen zouden zijn. Invoering per 1 januari 2011 betekent immers een kostenverhoging tijdens een lopend seizoen. Kaarten voor voorstellingen en concerten die zullen plaatsvinden in 2011 waren in 2010 al verkocht tegen het lage btw-tarief. Zou de belastingverhoging gezelschappen verplichten om over de al verkochte kaarten voor 2011 alsnog het hoge btw-tarief te vragen, met een administratieve rompslomp tot gevolg? Bovendien riekt het naar onbehoorlijk bestuur wanneer de overheid de sector zo plotseling met een forse verhoging van kostprijzen confronteert, aldus woordvoerders van de culturele sector.

Het protest vanuit de sector viel op vruchtbare bodem bij de Eerste Kamer, die haar goedkeuring over het plan nog uit moest spreken. Zowel oppositie- als regeringsfracties hadden zich al ongemakkelijk getoond met het plan. In een motie verzocht de Eerste Kamer de Tweede Kamer af te zien van de btw-verhoging op podiumkunst, daarbij in overweging nemend dat “het behoud, de verbreiding en de brede toegankelijkheid van het cultureel erfgoed hiermede niet zijn gediend”. Aanvankelijk legde de regering, bij monde van Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers, de motie naast zich neer. Daarbij riep hij in dat de Tweede Kamer er niet in was geslaagd om met een alternatief plan te komen. Ook voor een uitgestelde invoering van de maatregel, een mogelijkheid waarvoor inmiddels stemmen opgingen in de Eerste Kamer, zag hij zogezegd “geen politieke ruimte”. Dit was de Eerste Kamer wat al te gemakkelijk.

De Eerste Kamer moest dreigen minister-president Mark Rutte van zijn vakantie terug te roepen om de motieven van de regering nader toe te lichten. Toen pas ging staatssecretaris Weekers door de knieën en zegde toe de belastingverhoging voor theater- en concertkaartjes uit te stellen en bij aanvang van het nieuwe theaterseizoen in te laten gaan. Het eventuele tegenargument dat de begroting hierdoor uit evenwicht zou raken was door de Eerste Kamer op voorhand ontkracht:  verschillende grote evenementen waren inmiddels al tegen laag btw-tarief uitverkocht geraakt. Dat impliceerde dat de geplande opbrengst van de maatregel over het eerste halfjaar van 2011 als verloren beschouwd kon worden. Om gezichtsverlies voor het kabinet te beperken bedong de staatssecretaris een uitgestelde startdatum van 1 juli, in plaats van de door de Eerste Kamer geprefereerde 1 september 2011.  Voor de kunsthandel blijft de maatregel ongewijzigd van kracht.

Nu het stof neergedaald en het besluit genomen is, blijft een enigszins ongemakkelijk gevoel over. Binnen het kunst- en cultuurbeleid van het kabinet Rutte staan ondernemerschap en het genereren van eigen inkomsten voorop. De toekenning van eventuele subsidies voor de komende jaren wordt hiervan afhankelijk gemaakt. Tegelijkertijd wordt de belasting op kaartverkoop, voor veel instellingen de belangrijkste vorm van eigen inkomsten, fors verhoogd.  De logica in deze lijkt enigszins zoek.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht