CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

“Je hebt een keuze: of het theater blijft of het verdwijnt”

17/12/2014
De zowel in Vlaanderen als Nederland actieve organisatie Yesplan legde een aantal Vlaamse klanten de vraag voor hoe zij kunnen leren uit de besparingen die in Nederland gedurende de voorbije jaren werden doorgevoerd. Yesplan is een software voor het plannen en beheren van evenementen, afgestemd op de specifieke eisen van het culturele planningsproces.
CVN merkt in het interview een aantal trends op die reeds gesignaleerd werden in het adviestraject podiumkunsten en sociaal cultureel veld:

Voor meer interviews kan je terecht op de Yesblog.


Leo Hegge aan het woord over zijn ervaring met bezuinigingen.

Ge­mid­deld vijf pro­cent moet de Vlaam­se cul­tu­re­le sec­tor be­spa­ren. Een zware in­per­king die te ver­ge­lij­ken valt met de be­zui­ni­gin­gen die een aan­tal jaren ge­le­den in Ne­der­land wer­den door­ge­voerd. Hoe gin­gen or­ga­ni­sa­ties in Ne­der­land om met die fi­nan­ciële cri­sis en wat kun­nen we daar in Vlaan­de­ren uit leren? We vroe­gen het aan Leo Hegge, Di­rec­teur van Cul­tuur­huis de Klin­ker.

Cul­tuur­huis de Klin­ker opent op 5 maart 2015 haar deu­ren voor het pu­bliek en zal een mix van cul­tuur onder één dak her­ber­gen, met een the­a­ter, een bi­bli­o­theek, een school voor mu­ziek, dans en the­a­ter, de Lo­ka­le Om­roep Ge­meen­te Ol­d­ambt, een film­zaal en ho­re­ca. Alle deel­ne­mers en huur­ders te­za­men zor­gen voor een pro­duct­aan­bod dat cul­tu­reel ver­nieu­wend is, af­ge­stemd op alle doel­groe­pen in­clu­sief het ama­teur­veld.

In welke mate werd Cultuurhuis de Klinker getroffen door de financiële besparingen?

De af­ge­lo­pen vier jaar kreeg ik ver­schil­len­de keren te maken met be­zui­ni­gin­gen in de the­a­ters waar ik ge­werkt heb, onder an­de­re in Em­me­loord, Nieu­we­gein en Hoo­ge­zand. Hier­uit heb ik veel ge­leerd. Als di­rec­teur van Cul­tuur­huis de Klin­ker kreeg ik ech­ter nog niet te maken met be­spa­rin­gen: de ge­meen­te heeft een be­drag be­paald dat ze voor de ex­ploi­ta­tie van de klin­ker over heeft (€ 730.000 voor de ex­ploi­ta­tie en € 200.000 voor het ge­bouw). Op basis van dit be­drag werd er een be­gro­ting op­ge­steld. Dit be­te­kent dat ik een klei­ne pro­fes­si­o­ne­le or­ga­ni­sa­tie heb op­ge­zet met goede be­roeps­krach­ten op de sleu­tel­po­si­ties, zoals pro­gram­me­ring, ge­bouw­be­heer, the­a­ter­tech­niek, mar­ke­ting en ho­re­ca. Voor de an­de­re po­si­ties werk ik met flex­wer­kers, die enkel wor­den in­ge­zet wan­neer er een ac­ti­vi­teit ge­pland is.

Bo­ven­dien wer­ken we ook met vrij­wil­li­gers. Al­hoe­wel dit bij pop­po­dia al lan­ger ge­brui­ke­lijk is, is dit een nieu­we ont­wik­ke­ling in de the­a­ter­we­reld in Ne­der­land. Vrij­wil­li­gers zul­len bij ons in­ge­zet wor­den om kaart­jes te scheu­ren, de stoe­len aan te wij­zen, de gar­de­ro­be te be­die­nen, … In ruil krij­gen zij dan bij­voor­beeld the­a­ter­kaart­jes of con­sump­ties, en gaan we af en toe eens eten of maken we een uit­stap­je.

Welke rol heeft Yesplan gespeeld?

Een ander ge­volg van die pro­fes­si­o­na­li­se­ring is dat wij onze soft­wa­re op een hoog ni­veau heb­ben in­ge­kocht, qua web­si­te (Pep­pe­red), tic­ke­ting­sys­teem (Tic­ket­ma­tic) en or­ga­ni­sa­tie­soft­wa­re (Yes­plan). Dit heb­ben wij ge­daan om het ge­brek aan per­so­neel te com­pen­se­ren.

We heb­ben dus voor Yes­plan ge­ko­zen om de ef­fi­ciëntie hoog te hou­den. Zo wil­len we in­zicht ver­krij­gen in de kos­ten en de op­breng­sten door alle me­de­wer­kers te ver­plich­ten het soft­wa­re­pak­ket te ge­brui­ken. En wij hopen dat dit zal bij­dra­gen aan een beter be­grip van ons doen en laten, en bij­ge­volg van de inzet van men­sen en dus de inzet van kos­ten.

Wat zijn de eerste stappen die je hebt gezet toen je in het verleden te maken kreeg met besparingen?

Eerst en voor­al heb­ben we toen ver­schil­len­de sce­na­rio’s op­ge­steld: van een­vou­di­ge be­zui­ni­gin­gen van een paar 1.000 euro’s tot dras­ti­sche maat­re­ge­len die gaan over per­so­neel ont­slaan.

Door samen met de me­de­wer­kers te brain­stor­men over de mo­ge­lij­ke sce­na­rio’s, creëer je een draag­vlak voor je plan. Dit kan je het beste be­rei­ken door van on­der­af input te vra­gen en niet door van bo­ven­af te gaan ver­tel­len wat jij denkt dat er moet ge­beu­ren.

Ik heb zelf één keer die fout ge­maakt en dan krijg je twee ef­fec­ten: ener­zijds dat je me­de­wer­kers geen op­bou­wen­de input meer dur­ven le­ve­ren en an­der­zijds dat ze in de weer­stand schie­ten. Dan kan je geen en­ke­le kant meer op. Zorg dat je me­de­wer­kers mee zijn in het ver­haal en laat het van daar­uit groei­en. Ui­ter­aard moet je soms ri­gou­reus zijn: on­ge­veer 5% van de me­de­wer­kers blijft soms han­gen, en je mag je agen­da niet door hen laten be­pa­len. Dan moet je als ma­na­ge­ment zeg­gen “sorry jon­gens, maar voor jul­lie is er geen plek meer. Wij gaan nu ver­der met de men­sen die wel voor­uit wil­len”. Dat is heel las­tig, maar als je men­sen vol­doen­de kan­sen hebt ge­ge­ven moet je op een be­paald mo­ment zeg­gen tot hier, en niet ver­der. Ook an­de­re me­de­wer­kers ver­wach­ten van je dat je een grens trekt.

Hoe hebben de bezuinigingen zich in Nederland in de praktijk vertaald?

In de the­a­ters waar ik heb ge­werkt, zijn er min­der voor­stel­lin­gen ge­pro­gram­meerd en heb­ben we ge­pro­beerd de voor­stel­lin­gen die we wél deden goed­ko­per in te kopen. Bo­ven­dien heb­ben we sa­men­wer­kin­gen ge­zocht met an­de­re cul­tu­re­le part­ners, zoals de mu­ziek­school en ama­teur­ver­e­ni­gin­gen. Een voor­deel dat hier­uit voort­vloeit is dat ama­teur­ge­zel­schap­pen mee­st­al hun eigen, vaste pu­bliek met zich mee­bren­gen dat vaak meer con­su­meert.

In een hoog tempo zie ik ook dat the­a­ters, kunst­edu­ca­tie­ve cen­tra, pop­po­dia, mu­ziek­scho­len, so­ci­aal-maat­schap­pe­lij­ke in­stel­lin­gen… ge­fu­seerd wor­den in cul­tuur­hui­zen van­uit de ge­meen­te. Die trend lijkt zich ook in de klei­ne­re ge­meen­tes steeds meer te ont­wik­ke­len.

In welke mate zijn culturele organisaties op zoek gegaan naar andere opbrengsten?

In Ne­der­land zijn we ac­tief op zoek ge­gaan naar spon­sors uit het be­drijfs­le­ven. Dit is een hele klus; voor­dat je kunt oog­sten, moet je als di­rec­teur of als spon­sor­wer­ver tijd in­ves­te­ren in het net­wer­ken en aan je re­la­tie wer­ken met het be­drijf. Bo­ven­dien moet je be­drijfs­ei­ge­na­ren vin­den die de meer­waar­de in­zien van cul­tuur en die vin­den dat hun be­drijf een bij­dra­ge moet kun­nen le­ve­ren aan de voor­zie­nin­gen van de stad. Als je hen vindt, dan zijn ze wel be­reid om – ook voor meer­de­re jaren – iets te spon­so­ren. In de meest ex­tre­me ge­val­len zul­len ze, zoals bv. Ra­bo­bank, hun naam geven aan een zaal waar ze jaar­lijks € 10.000 tot € 25.000 voor be­ta­len. Maar dit is dus heel tijds­in­ten­sief.

Bo­ven­dien is het “vrien­den-van”-plan in Ne­der­land erg po­pu­lair ge­wor­den. Dit be­te­kent dat ie­mand voor 25 € vriend van het the­a­ter wordt en daar­voor iets te­rug­krijgt, zoals bv. gra­tis kaart­jes of het voor­recht op eer­de­re in­schrij­ving bij po­pu­lai­re voor­stel­lin­gen. Zo heeft het the­a­ter van Stads­ka­naal 1700 van die vrien­den, en een ander the­a­ter in Mo­len­berg 1400.

Je pro­beert daar­naast ook de men­sen lan­ger in je the­a­ter te hou­den met the­a­ter­ar­ran­ge­men­ten – je kan zo een heel tra­ject doen van een uur voor tot een uur na een voor­stel­ling, een zitje in de pauze boe­ken, een di­ner- of bor­re­lar­ran­ge­ment nemen, noem maar op. Dit is in­mid­dels een ont­wik­ke­ling in Ne­der­land die niet meer te stui­ten is.

Wat zijn de valkuilen hierbij?

Zoals reeds ge­zegd, kruipt er veel tijd in het zoe­ken van spon­sors. Be­drij­ven staan hier niet op te wach­ten. Je moet gaan lob­by­en met de men­sen van het be­drijfs­le­ven – ze moe­ten je vrien­den wor­den, je aar­dig vin­den.

Een ander ge­vaar is dat de pro­gram­me­ring plat­ter dreigt te wor­den: er is min­der ruim­te voor ta­len­t­ont­wik­ke­ling of voor ni­che­voor­stel­lin­gen. Je moet zor­gen dat de zaal­be­zet­ting toe­neemt, en dit doe je door­gaans he­laas niet met on­be­kend ta­lent.

Ik zit zelf in het Noor­de­lijk Di­rec­tie­over­leg tus­sen Gro­nin­gen, Dren­the en Fries­land, dat zijn 17 the­a­ters, en uit be­spre­kin­gen blijkt dat de trend voor plat­te­re pro­gram­me­ring elk jaar toe­neemt. We zijn er ons als di­rec­teurs van be­wust dat we terug moe­ten naar een meer cul­tu­re­le pro­gram­me­ring maar zo­lang er ver­der wordt be­zui­nigd door ge­meen­tes moet er com­mer­ciëler ge­werkt wor­den. Om toch cul­tu­re­ler te pro­gram­me­ren wer­ken wij met Gro­nings Ta­lent en be­trek­ken we lo­ka­le to­neel­spe­lers en mu­zi­kan­ten zodat zij am­bas­sa­deurs wor­den van, en kan­sen krij­gen in, de the­a­ters waar ze zijn op­ge­groeid.

Zijn er ook positieve neveneffecten?

Dat is wat ab­strac­ter: zo zie ik dat er meer on­der­ne­mer­schap ont­staat bij de di­rec­ties en bij de or­ga­ni­sa­ties. Ik heb ook ge­zien dat me­de­wer­kers cre­a­tie­ver wor­den, maar ook men­sen van bui­ten het the­a­ter, zoals de be­zoe­kers, geven meer tips om het the­a­ter te blij­ven be­hou­den en over de ruim­te die zij zien om meer geld te ver­die­nen. Ik heb ook ge­merkt dat be­drij­ven de zin zien van cul­tuur voor hun kin­de­ren en hun me­de­wer­kers, van cul­tuur als bouw­steen voor de sa­men­le­ving.

Daar­naast heb ik ook ge­merkt dat de im­pre­sa­ri­a­ten cre­a­tie­ver wor­den, vaak ten na­de­le maar soms ten voor­de­le van het the­a­ter. Daar­te­gen­over gaan ook de the­a­ters sa­men­wer­ken. Bij­voor­beeld de I&MC (In­koop- en Mar­ke­ting­com­bi­na­tie), pro­beert na­mens de 16 aan­ge­slo­ten the­a­ters voor­stel­lin­gen in te kopen bij het­zelf­de im­pre­sa­ri­aat. Het idee is dat de aan­ge­slo­ten the­a­ters samen on­ge­veer 8.000 stoe­len heb­ben, en dat die bulk zorgt voor een grote af­zet­markt voor de voor­stel­lin­gen van im­pre­sa­ri­a­ten.

Ik ge­loof dat je als di­rec­tie meer­de­re the­a­ters kan be­hap­pen, zowel voor di­rec­tie­voe­ring als voor pro­gram­me­ring als voor mar­ke­ting. Deze trend is ont­staan door de be­zui­ni­gin­gen en dit ge­beurt al in bij­voor­beeld Breda, waar het the­a­ter ook de pro­gram­me­ring en de mar­ke­ting doet voor Et­ten-Leur en Oos­ter­hout. Dit kan ook voor the­a­ter­tech­ni­ci wer­ken, maar ik ge­loof dat je best stap per stap gaat uit­brei­den.

Men­sen zijn dan soms bang dat ze hun baan zul­len ver­lie­zen. Maar je hebt een keuze: of het the­a­ter blijft of het ver­dwijnt. Als je wil dat het ver­dwijnt, dan moet je ge­woon niets doen.
In de nieuwbouw die jullie binnenkort gaan openen zal een mix aan cultuur huizen.

Is dit één organisatie of een samenwerking tussen verschillende organisaties?

Wij zijn Stich­ting Cul­tuur­huis de Klin­ker en ex­ploi­te­ren het film­huis en het the­a­ter. De bi­bli­o­theek en de mu­ziek­school zijn mo­men­teel huur­ders, maar de mu­ziek­school zal waar­schijn­lijk in de loop van 2015 in­stro­men in de Stich­ting. Dit be­te­kent dat de ge­meen­te­lij­ke mu­ziek­school bij ons on­der­ge­bracht zal wor­den. De­zelf­de ac­ties zijn in­ge­zet voor de bi­bli­o­theek zodat die in 2016 ook onder de­zelf­de koe­pel zal val­len. Op die ma­nier kun­nen de pro­gram­ma­ties op el­kaar af­ge­steld wor­den en kun­nen de zalen van het the­a­ter ook in­ge­zet wor­den voor een li­te­rai­re avond van de bi­bli­o­theek of voor een voor­stel­ling van de leer­lin­gen van de mu­ziek­school.

Je merkt dat or­ga­ni­sa­ties steeds meer samen gaan huis­ves­ten. Dat is slechts een eer­ste fase, ver­vol­gens gaan ze ook steeds meer en meer or­ga­nisch sa­men­wer­ken om ten slot­te in een derde en laat­ste fase met el­kaar te in­te­gre­ren. Dat ef­fect moet je ech­ter niet over­haas­ten: de cul­tuur­ver­schil­len tus­sen or­ga­ni­sa­ties zijn vaak groot en dan is het goed voor het per­so­neel dat er een ge­wen­nings­pe­ri­o­de is.

Waar zie je nog ruimte voor verbetering?

In Ne­der­land zie je dat de cul­tu­re­le or­ga­ni­sa­ties in toe­ne­men­de mate los­ko­men van de ge­meen­te­lij­ke or­ga­ni­sa­tie. Het ef­fect van deze ver­zelf­stan­di­ging is dat de or­ga­ni­sa­ties veel pro­fes­si­o­ne­ler en on­der­ne­men­der wor­den – los van de valkui­len van plat­te pro­gram­me­ring is dat een heel po­si­tief ef­fect. De the­a­ters wor­den dan ge­sub­si­di­eerd door de ge­meen­te op basis van een be­drijfs­plan. Ook de me­de­wer­kers wor­den meer on­der­ne­mend: ze zijn geen amb­te­na­ren meer en voe­len zich dich­ter be­trok­ken bij het wel en wee van het the­a­ter.

Bron: Yesblog

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht