CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Interview met Jari Demeulemeester en Hugo Weckx

29/03/2011

CVN-commissielid Jari Demeulemeester is met pensioen. 23 jaar lang was hij directeur van de Ancienne Belgique (AB), de internationaal bekende Brusselse concerttempel. CVN zocht hem op 16 maart op in het café van het Kaaitheater in Brussel voor een gezellige babbel over zijn pensioen, de AB en de Vlaams-Nederlandse samenwerking. En wat een geluk! Jari verkeerde in het aangename gezelschap van Hugo Weckx, voormalig Vlaams minister van Cultuur en voormalig voorzitter van CVN. We maakten van die gelegenheid graag gebruik om er een dubbelinterview van te maken.

Jari, je bent nu twee weken met pensioen. Is de verveling nog niet toegeslagen?

Jari Demeulemeester: “Tot nu toe niet. Ik ben een week met vakantie geweest. Het is ook verbazend hoe snel de dagen gevuld geraken. Het grote gat zal misschien nog komen, dat moet de toekomst uitwijzen.  Wel voelt het nu reeds raar aan dat het hele apparaat waar ik zo vertrouwd mee was, nu weg is.”

Is de AB nu compleet verleden tijd voor jou?

Jari Demeulemeester: “Ja, eigenlijk wel. Ik ben immers van mening dat oude bazen nieuwe bazen niet mogen hinderen. Ik ben niet van plan schoonmoeder te spelen. Ik kan alleen maar hopen dat het concerthuis onder zeggenschap van de nieuwe directeur zijn aandeel in de Vlaams – Brusselse positie blijft behouden en dat het actief blijft.”

Wat is je visie op de AB voor de komende tien jaar?

Jari Demeulemeester: “Als er voldoende power aanwezig is, zal de impact van de internationale concertzaal die de AB is, zich nog verder ontwikkelen. Het zou mooi zijn mocht de AB bijvoorbeeld naast de BOZAR kunnen staan in allerlei nevenexposities. Indien dit geen realiteit kan worden, moet men er wel voor blijven zorgen dat artiesten naar de AB blijven komen. De maatschappelijke relevantie van de AB mag niet onderschat worden: het concerthuis vormt een magnetisme voor muziek.”

Moet het Nederlands een hoofdrol blijven spelen in de AB?

Jari Demeulemeester: “Absoluut, dat is een van de grote voorwaarden voor het bestaan van de AB.”

Hoe komt het aspect Nederlands precies tot uiting in de AB?

Jari Demeulemeester: “50% van het programma bestaat uit lokale artiesten. Natuurlijk zingen deze vaak in het Engels. Dat is nu eenmaal eigen aan deze tijd. De Vlaamse Selah Sue uit Leefdaal (Vlaams-Brabant, red.) kreeg enkele jaren geleden de kans om op te treden in het café van de AB als Artist in Residence. Ondertussen is ze uitgegroeid tot een grote artieste die 3 keer de grote zaal van de AB vol laat lopen. Daarnaast is het beleid, de organisatie, het bestuur, enz. in handen van de Vlaamse gemeenschap.”

Het Vlaamse publiek is genoodzaakt om naar Brussel te komen voor de optredens die de AB aanbiedt. Vormt dat geen barrière?

Jari Demeulemeester: “Het verzorgingsgebied van de AB is altijd vooral de regio Vlaams-Brabant geweest, met uitlopers naar Diest, Brugge, Oostende, enz. De verplaatsing naar Brussel blijkt geen probleem te zijn.”

Hugo Weckx: “Vroeger kwam het publiek van de KVS (Koninklijke Vlaamse Schouwburg, red.) voor 80% uit Vlaams-Brabant. Nu komt meer dan 50% van het publiek uit Brussel. Het publiek is ook veel verjongd; 40% van de bezoekers zijn minder dan 30 jaar oud. Brussel heeft overigens altijd al uitstraling gehad en is dan ook niet los te denken van het prestigieuze oude Hertogdom Brabant.”

Heeft Nederland altijd een rol gespeeld in de Brusselse AB?

Jari Demeulemeester: “Vroeger heerste de gedachte dat Vlaanderen en Nederland moesten samenwerken om zalen in Brussel te doen vollopen. Men was ook van mening dat Nederlandse artiesten beter Nederlands konden spreken en zingen. Grote artiesten als Paul van Vliet, Bram Vermeulen en Boudewijn de Groot werden naar Vlaanderen gehaald. Die solidariteit bestaat vandaag niet meer.”

Hugo Weckx: “Binnen de literaire sector is de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland in Brussel wel nog aanwezig. Het vertaalcollectief van Passa Porta is hier een mooi voorbeeld van. Toch zou nog meer kunnen gebeuren: de Nederlandse ambassade in Brussel zou bijvoorbeeld meer Nederlandse auteurs naar hier kunnen halen.”

Hoe komt het dat die solidariteit verdwenen is?

Jari Demeulemeester: “Voor Vlamingen moet het Vlaams zijn, niet Nederlands. We kijken niet meer op naar Nederland, zoals we dat vroeger deden. Het kijkgedrag van de Vlaming illustreert dit. We kijken niet meer naar de Nederlandse televisiezenders, terwijl die vroeger niet weg te denken waren uit de Vlaamse huiskamers. Er was ook veel uitwisseling van theatergezelschappen over de grens heen. Vandaag is dit niet meer betaalbaar. Nochtans zouden Vlaanderen en Nederland samen dit probleem kunnen oplossen. Daarnaast heeft wellicht ook de problematiek rond de Westerschelde en de IJzeren Rijn meegespeeld in het verdwijnen van de Vlaams-Nederlandse solidariteit.”

Hugo Weckx: “Het Belgisch parlement is ook schuldig aan een gebrek aan solidariteit. Bij de grondwetsherzieningen van ’70 en ’80 besloot men het “Nederlands” te vervangen door “Vlaams”. Later zou de Nederlandse Taalunie met het Nederlands als gemeenschappelijke taal van Vlaanderen en Nederland naar buiten treden. Een nieuwe spelling werd vastgelegd, waar Vlaanderen meer op afgerekend werd dan Nederland. De Vlaamse parlementsleden hebben in de jaren ’70 en ’80 een stapt achteruit gezet door bij de herzieningen van de Belgische grondwet te opteren voor Vlaams in de plaats van Nederlands. Jammer!”

Hoe moet CVN de Vlaams-Nederlandse samenwerking beter aan boord leggen?

Hugo Weckx: “CVN mag vooral niet in het vaarwater van het orangisme komen. Die filosofie is voorbijgestreefd en achterhaald.”

Jari Demeulemeester: “De Vlaamse en Nederlandse omroepen zouden samen veel meer kunnen verwezenlijken. Radiozenders zouden bijvoorbeeld gezamenlijk naar buiten kunnen treden. De francofone gemeenschap is hierin veel sterker dan wij. Ook op het gebied van films zou veel meer samengewerkt kunnen worden. Momenteel bestaat er helaas geen gezamenlijke markt voor creatieve industrieën. Het gevoel van eenheid dat er was met artiesten als Bram Vermeulen en Boudewijn de Groot is verdwenen.”

Hugo Weckx: “Dankzij CVN werd in het verleden de satellietzender BVN (het Beste van Vlaanderen en Nederland, red.) op poten gezet. Dit was een van de grootste successen die CVN geboekt heeft, naast de oprichting van het Vlaams-Nederlands huis deBuren. Op het gebied van Welzijn zou CVN nog veel kunnen betekenen. Vlaanderen en Nederland hebben te maken met gelijkaardige problemen zoals de toestroom van emigranten uit de hele wereld.”

Los van CVN bestaan andere Vlaams-Nederlandse organisaties; is het bestaan van CVN nog nodig?

Hugo Weckx: “Ja! Het is belangrijk dat CVN inspanningen blijft leveren die de Vlaams-Nederlandse samenwerking ten goede komen . De samenwerking op cultureel niveau heeft reeds veel opgebracht en dit mag niet verloren gaan. Ook op het gebied van welzijn en onderwijs moet blijvend ingezet worden.”

Jari Demeulemeester: “Inderdaad, de rol van CVN bestaat erin om naast culturele samenwerking ook samenwerking op het gebied van welzijn te stimuleren. Cultuur gaat immers over het welzijn van de samenleving. Daarnaast zou CVN op onderzoek moeten inzetten.”

Hugo Weckx: “Ook in Europees en internationaal verband kan CVN een belangrijke rol spelen. CVN kan gezamenlijke projecten van ruim 22 miljoen Nederlandstaligen uit Vlaanderen en Nederland aan de wereld aanbieden. Bovendien werd CVN destijds opgericht om advies te geven aan de Vlaamse en Nederlandse regering. Dit kan echter niet gebeuren zonder dat er onderzoek wordt gedaan, colloquia worden georganiseerd, enzovoort. Om dit alles te verwezenlijken, zijn er voldoende middelen nodig, die beide regeringen blijvend ter beschikking moeten stellen. Huis deBuren, dat dankzij CVN werd opgericht, heeft net als de Brakke Grond een andere functie. Beide organisaties zijn instanties die het beleid uitvoeren bij middel van samenwerkings- en uitwisselingsinitiatieven. CVN is op grond van het cultureel verdrag een adviserende en onderzoeksinstelling ten behoeve van het samenwerkingsbeleid van de Nederlandse en de Vlaamse Regeringen.”

Jari Demeulemeester: “De expertmeeting rond cultuurcommunicatie die CVN in december 2010 organiseerde was zeer interessant. Vlamingen en Nederlanders dachten gezamenlijk na over hoe dit aangepakt moet worden. CVN was een steunpunt, een plek van research. Deze rol is een mooie uitvalsbasis voor CVN.”

Waar is zeker nog ruimte voor Vlaams-Nederlandse samenwerking?

Jari Demeulemeester: “Vlaanderen en Nederland zouden bijvoorbeeld twee keer per jaar een gezamenlijke productie op de planken kunnen zetten die door verschillende zalen in Vlaanderen en Nederland wordt afgenomen. Het zou een productie moeten worden die zonder die samenwerking niet zou bestaan. Er moet met andere woorden op zoek gegaan worden naar iets wat Vlaanderen en Nederland exclusief bindt. En indien we ons samen naar Europa en andere landen willen profileren, moeten we goed bedenken als wat. Als de Nederlanden? Als de Lage Landen bij de zee? Als Nederland – Vlaanderen? Als Nederland – België? We moeten op zoek gaan naar een soort vanbrand. Verder is er tussen de Amsterdamse concertzaal Paradiso en de AB nauwelijks sprake van overleg of een gezamenlijke planning. Ook hier zou meer kunnen gebeuren, zeker wanneer je bedenkt dat bijvoorbeeld Bart Peeters en Kommil foo Nederlandse zalen vol laten lopen.”

Hugo Weckx: “De overheden zouden meer projectsubsidies moeten verlenen om dit soort van samenwerking mogelijk te maken. Uitwisseling en vergelijkend onderzoek in de domeinen van het kunst- en het muziekonderwijs zouden bijzonder nuttig zijn voor beide regeringen.”

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht