CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Highlights van Nederlands-Vlaamse studiedag in Utrecht: een stapel nieuwe ideeën over kunst, economie en leiderschap

21/09/2011

Op dinsdag 13 september opende de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU) z’n deuren voor een Nederlands-Vlaamse studiedag over de relatie tussen kunst, economie en leiderschap. Met maar liefst vijftien sprekers was de dag voornamelijk bedoeld voor en door academici, met ruimschoots aandacht voor de stand van zaken in de wereld van onderzoek. Zo eindigde de dag met een brainstorm over de onderzoeksagenda voor de komende jaren met als kernvraag: welke gebieden schreeuwen op dit moment nog om onderzoek?

Vlak vóór deze afsluiter was er ruimte voor sprekers die vertelden over hun  praktijkervaring met leiderschap in de culturele sector. Het waren openhartige en, voor veel aanwezigen, herkenbare verhalen over het ‘met de poten in de modder staan’.

Hieronder volgt een korte impressie van het praktijkverhaal van Dirk De Corte, en de brainstorm over de onderzoeksagenda voor de toekomst die de studiedag afsloot. Een integraal verslag van de studiedag vindt u hier. Volledige informatie over het programma van de dag en de sprekers vindt u hier.

Leiderschap in de wereld van cultuur: een openhartig verhaal uit de praktijk

Dirk De Corte sprak vanuit zijn eigen ervaring. Daarmee deed hij de congresgangers, zelfs zo tegen het einde van de dag, naar voren veren van hun rugleuningen. Sappig als geheimpjes die eigenlijk niet verteld hadden mogen worden, vertelde De Corte over de discrepantie tussen de manier waarop cultuurleiders zichzelf zien en presenteren, en de manier waarop medewerkers en de buitenwereld dat ervaren. De Corte wist het zelf in één quote samen te vatten: “Iets zeggen is overleggen”. Oftewel, het was De Cortes ervaring dat hij van democratische principes niet veel hoefde te verwachten. Veel artistiek leiders zijn zó gepassioneerd over hun eigen ideeën dat de ruimte voor inbreng van anderen praktisch nihil is. Er is bovendien een legitimatie voor te vinden: deze leiders zijn dermate uniek dat zij op zichzelf het artistieke imago en de bijbehorende kwaliteitsgarantie van de betreffende culturele instelling vertegenwoordigen. De leider is, zo gezegd, het belangrijkste kapitaal van de instelling. Hoe De Corte daarmee omging? Het boek Aligning The Stars was nooit ver weg. Het hielp hem zijn positie te bepalen ten opzichte van de dominant aanwezige artistiek leiders. De Corte vatte dit als volgt samen: ‘Zij namen de belangrijke beslissingen. Maar ik bepaalde wat belangrijk was.’ Gebracht met een flinke dosis humor en energie  vertelde De Corte een verhaal dat voor velen herkenbaar zal zijn, en in dat geval een grote bron van inspiratie. Of misschien zelfs troost.

Een onderzoeksagenda voor de nabije toekomst

De studiedag eindigde met een spreekwoordelijke trechter: welke van de uiteenlopende ideeën, die door de sprekers als balletjes opgegooid werden, zijn geschikt om samen te vatten in een onderzoeksagenda voor de komende twee jaar? Het slotpanel boog zich over deze vraag; hieronder vindt u twee van de door hen naar voren gebrachte punten.

Cultuur moet op zoek naar maatschappelijk draagvlak. Het is een kreet waarmee met name de Nederlandse lezer inmiddels vertrouwd is geraakt. Het slotpanel kwam met een suggestie voor een bindmiddel tussen de wereld van cultuur en ‘die daarbuiten’: introductie van de‘maatschappelijke kosten-baten analyse’. In zo’n analyse worden sociale, maar ook culturele effecten gewogen om de haalbaarheid van een publiek of groot privaat project vast te stellen. Dit zou de maatschappelijke aandacht voor cultuur vergroten en, de andere kant op geredeneerd, de culturele sector van een steviger positie in het debat voorzien.

Een tweede belangrijk punt,  dat overigens de afgelopen maanden op bijna ieder congres aan bod gekomen is, is aandacht voor business- ofwel verdienmodellen. Wanneer de culturele sector over haar eigen grenzen heenkijkt, is er genoeg bruikbaars te vinden, zo stelde het panel. Denk hierbij onder meer aan de commerciële creatieve sector.

Vanuit Nederlands perspectief, met een overheid die op dit moment sterk bezuinigt op publiek budget voor kunst en cultuur, lijkt het misschien alsof alleen de culturele sector hierbij vragende partij is. Maar die redering verraadt het gebruik van een uitgehold begrip ‘cultuur’. Dat werd tijdens de studiedag benoemd door spreker Steven De Waal, die sprak over zelfcensuur binnen de culturele sector. Het legde uit: “Subsidie is geen neutraal geld”. Na jarenlang naar de beleidsdoelstellingen van de minister toegeschreven te hebben, blijkt achteraf dat instellingen al die tijd aan zelfcensuur deden. Hun focus is eenzijdig geworden; veel belangrijke waarden die onderdeel uitmaken van het begrip cultuur zijn naar de achtergrond verdwenen. Het is gaandeweg versmald tot concepten die uit de beleidstaal afkomstig zijn, waarvan de laatste trendy term ‘economisch rendement van kunst en cultuur’ een goed voorbeeld is. Er zijn genoeg manieren om tweerichtingsverkeer tussen de culturele en commerciële sector op te zetten als het lukt om ook de zachte waarden van kunst en cultuur in een verdienmodel te vatten.

Het dit verder gaat? We houden u op de hoogte!

Na een slotwoord van dagvoorzitter Guido De Brabander gingen de deelnemers huiswaarts met in hun koffertjes dikke pakken nieuwe ideeën. Van eventuele vervolgen, in de vorm van studiedagen of onderzoek, houden we u graag vanaf deze blog op de hoogte!

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht