CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Het culturele verdriet van België | Annick Schramme

23/05/2011

In de Internationale Spectator van Jaargang 65 nr. 5 | Mei 2011  verscheen een essay van Annick Schramme getiteld Het culturele verdriet van België.

Terwijl in Nederland de kunstensector gemobiliseerd wordt tegen de bezuinigingszucht van de regering, hebben de kunstenaars in Vlaanderen andere robbertjes uit te vechten. Een deel van de sector manifesteerde zich op politiek vlak: op 21 januari jl. verzamelden vele vooraanstaande kunste- naars en sympathisanten zich in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel onder de slogan ‘Niet in onze naam’. Ze reageren hiermee op het vermeende Vlaamse nationalisme en roepen op de Belgische politieke impasse te doorbreken. Ze wijzen hiervoor met de vinger naar Bart De Wever en zijn NVA (Nieuw-Vlaamse Alliantie). Dat is op zich zelf niet zo vreemd: de Vlaamse Beweging is in de 19de eeuw ontstaan als taal- en cultuurbeweging tegen het overwegend franstalige België, en de culturele elite vereen- zelvigt zich thans met dat zelfde België.‘Het kan verkeren’, zei Bredero. Buitenlandse waarnemers zullen er helemaal niets meer van begrijpen.

Over de Nederlands-Vlaamse culturele samenwerking schrijft Schramme:

Nederlands-Vlaamse culturele samenwerking
Het Nederlandse en Vlaamse internationaal cultuurbe- leid zijn volop in beweging. Maar hoe is het nu gesteld met de culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen? Op 17 januari 1995 werd nog plechtig een nieuw cultureel verdrag ondertekend in de Rubenszaal van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.

De grote doelstelling van ‘culturele inte- gratie’ met Nederland, zoals het in de jaren ’70 en ’’80 werd geformuleerd, werd niet meer met zoveel woor- den herhaald, maar er bestond nog grote goodwill om met Nederland samen te werken op diverse terreinen, niet alleen wat betreft taal en cultuur, maar ook inzake hoger onderwijs, media en welzijn.

Maar de feiten heb- ben het akkoord ingehaald. Al heeft de vorige Vlaamse regering nog een stevige strategienota (2005-2009) uitgewerkt, de Vlaamse natiewording heeft er intussen toe geleid dat de aandacht van de Vlaamse overheid voor culturele samenwerking met Nederland is ver- slapt. Zij wil hoe langer hoe meer een eigen koers varen. Voor Nederland is er niet zoveel verschil met vroeger. Vlaanderen is altijd al het kleine broertje geweest in de samenwerking (bijv. in vergelijking met Duitsland) en het stond nooit bovenaan het verlanglijstje van landen waar Nederland mee wilde samenwerken.

Nog fundamenteler misschien is dat we ook in de Nederlands-Vlaamse culturele samenwerking het klassieke instrumentarium zien afbrokkelen. De Nederlandse-Vlaamse Commissie Cultureel Verdrag, die moet toezien op de uitvoering van het verdrag, wordt in haar huidige vorm door de overheden ter discussie gesteld, met als belangrijkste argument dat de contacten op het veld zodanig talrijk zijn en dat er zoveel nieuwe spelers zijn bijgekomen, dat de rol van de Commissie heroverweging behoeft.

Het andere instrument van de Nederlands-Vlaamse culturele samenwerking, de Nederlandse Taalunie, die onlangs haar 30ste verjaardag vierde, blijft een unieke intergouvernementele constructie, die zorg dient te dragen voor onze gemeenschappelijke taal, het Nederlands.

Maar ook haar bestaan is niet verzekerd. Vaak wordt ze blootgesteld aan kritiek vanuit de sector, omdat ze ofwel niet ambitieus genoeg zou zijn of té dirigistisch. Het enige instrument waar wél actief in wordt geïnvesteerd, is het huis deBuren in Brussel. In 2004 – tijdens het Nederlands voorzitterschap van de EU – werd het geopend en aangekondigd als een huis dat debat en reflectie op de plaats van de cultuur uit de Lage Landen in Europa moest organiseren en stimu- leren. Dit past helemaal binnen de nieuwe aanpak van de Nederlandse regering rond ‘public diplomacy’, waar- bij op allerlei manieren het bredere publiek betrokken wordt bij buitenlands beleid.

Belangrijke voorwaarde voor het succes van de- Buren is de aandacht voor de Europese culturele dimensie. Daarin ligt ook de toekomst van de Vlaams- Nederlandse culturele samenwerking. Projecten zoals ‘Europeana’ of een gezamenlijk audiovisueel beleid
hebben nog overheidssturing nodig. Ook al bloeit de concrete culturele samenwerking weelderig, hiervoor is gezamenlijk Nederlands-Vlaams beleid nog steeds een noodzaak.

Prof. dr. Annick Schramme is academisch coördinator van de opleiding Cultuurmanagement (TEW) aan de Universiteit Antwerpen en de masterclass ‘creative industries’ aan de Antwerp Management School. Zij is voorts adviseur van de schepen voor Cultuur en Toerisme van de stad Antwerpen, lid van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland en lid van de Strategische Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

Het volledig artikel kunt u lezen op de site van de Internationale Spectator en hieronder in Pdf via Issuu.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht