CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Een verjongingskuur voor Europa: Geert Maks ‘State of the European Union’

10/05/2011

“Het enige wat ze willen is dat de politiek, ook de Europese politiek, zich weer organiseert rond de realiteiten van hun dagelijkse bestaan. Ze willen hun wereld weer enigszins in de hand hebben. En is er iets meer menselijks en democratisch dan dit simpele verlangen?”

Geert Mak, State of the European Union (Brussel, 5 mei 2011)

 

Het Europa van morgen: hoe ziet dat er eigenlijk uit? Komen er meer lidstaten bij of gebeurt het omgekeerde en zal het aantal misschien wel afnemen? De afgelopen decennia is de macht van de Europese instituties steeds dieper in de haarvaten van de lidstaten gekropen. Is dat een koers die door komende generaties voortgezet zal worden?

Vragen zoals deze zijn er in overvloed. Vandaar het initiatief om jaarlijks een vooraanstaande Europa watcher de State of the European Union uit te laten spreken: een collectief moment om eens na te denken over het ‘Hoe nu verder?-vraagstuk’. Dit jaar was het woord aan Geert Mak. Luuk van Middelaar en Katlijn Malfliet gingen hem voor.

Een varkentje dat gewassen moet worden

Geert Maks voordracht van zijn State of the European Union maakte onderdeel uit van een dagvullend programma, om stil te staan bij de Europese feestdag op 9 mei. Naast zijn voordracht die het middagprogramma vormde, stond de ochtend in het teken van een wedstrijd onder scholieren om in essay- of creatieve vorm aan de slag te gaan met de Europese gedachte. Aanknopingspunten waren vragen als “Hoe ver moet de EU nog uitbreiden?”, “Welke prioriteiten moet de Unie de komende jaren stellen?” of “Moet de EU een rol spelen buiten Europa?”. De makers van de beste inzendingen ontvingen hun trofee en gaven ter plekke een presentatie. Een van de winnaars hield een vlammend betoog, een andere gelauwerde inzending was een schilderij dat in abstracte vorm de pijnpunten van Europa anno 2011 uitbeeldt. Na afloop schoven de winnaars aan bij de lunch om in gesprek te gaan met de andere aanwezigen: een mix van Vlaamse volksvertegenwoordigers, geïnteresseerde Eurofielen, en veel klasgenootjes en collega-scholieren van andere scholen die aan de wedstrijd deelnamen.

Of het nu zo bedoeld was of niet: het was een mooi fenomeen dat juist zo’n jong publiek de zaal voor het grootste deel vulde toen Geert Mak na afloop van de lunch zijn toehoorders opriep om mee te denken over de toekomst van Europa. Want uiteindelijk zijn het deze jonge mensen die Europa in de toekomst passief of actief zullen moeten vormgeven. En hoe dat varkentje gewassen moet worden is een vraag die zich nu meer dan ooit opdringt, zo onderstreepte Mak in zijn voordracht.

De trein is vertrokken

Het mislukte project van een Europese grondwet heeft een discrepantie blootgelegd tussen de rol die de Europese politiek speelt in het dagelijks leven van haar burgers, en het draagvlak dat hiervoor onder diezelfde burgers bestaat. Het zware weer op de financiële markten, en als gevolg daarvan op de nationale economieën, heeft dit effect nog versterkt. Zoals Mak het formuleert:  “… een situatie die op den duur onmogelijk kan worden volgehouden. Noord-Europa zal voorlopig grote sommen geld moeten overmaken om de economieën van Ierland en Zuid-Europa draaiende te houden. De ontvangende landen zullen, aan de andere kant, een reeks draconische ingrepen in hun economie en verzorgingssystemen moeten accepteren. Volgens de Europese leiders zou het zo moeten gaan, ja. Maar van de kiezers in de lidstaten wordt ondertussen wel een bijna bovenmenselijke mate van rationaliteit, loyaliteit en geduld gevraagd, zeker op de lange termijn.”

De  Europese burgers blijven achter met een gevoel van onbehagen. Mak vindt de verklaring hiervoor in de top down benadering die tot nu toe uitgangspunt geweest is voor de opbouw van de Europese samenwerking. In plaats van dienstbaar te zijn aan haar bevolking, lijkt het alsof het Europese apparaat bezig is vooral zichzelf steeds machtiger te maken. Als een trein die niet meer stopt nu hij eenmaal is gaan rijden, zien lokale bestuurders en burgers steeds grotere delen van de nationale soevereiniteit opgeknabbeld worden door de supranationale instituties. Dat terwijl het juist deze nationale soevereiniteit is waaraan zij hun identiteit voor het grootste deel ontlenen: Europa is nu eenmaal geen Verenigde Staten, wiens burgers een aantal belangrijke universele waarden zoals één taal delen. De afbrokkeling van de nationale soevereiniteit valt daarom samen met anonimisering en met, uiteindelijk, vervreemding. Bovendien zorgt deze ontwikkeling voor (een gevoel van) afstand. De nadruk is verdwenen van datgene waarom het echt gaat: “het gewone menselijke bestaan, […] het gewone inhoudelijke werk op scholen, in buurten, op het land en op straat”, in de woorden van Geert Mak. Is het niet de verzameling van juist die gewone levens die samen Europa vormen?

Een nieuw perspectief voor Europa: bottom up

Hoe nu verder? Dit was de centrale vraag in Maks voordracht. Er is inspiratie nodig om van de top down benadering af te stappen want deze is, zo is gebleken, achterhaald. Wij, en dan met name de jonge generaties, moeten samen een nieuwe benadering uitdenken. Was het toeval dat het publiek van Geert Mak voornamelijk uit jonge mensen bestond? In ieder geval leverde het een mooi plaatje op toen juist deze toehoorders, de vertegenwoordigers van de toekomst, werden opgeroepen mee te denken. Hun ouders, opa’s en oma’s geven hen de erfenis van het huidige Europa mee om er het hunne van te maken. Het is nu aan hun om de uitgangspunten te herijken, passend bij de wereld zoals die er nu bijstaat.

Mak geeft alvast een voorzet: “In werkelijkheid zijn de Europeanen al in vergaande mate met elkaar verweven. Laat die verwevenheid ook blijken in de politiek. Laat de nationale stemmen in de Europese arena daarom eens wat minder klinken. En jaag Europese debatten in de nationale arena aan, waar ze ook over gaan. Want al zijn ze niet altijd aangenaam om aan te horen, ze weerspiegelen wel de realiteit. En ze leren ons, kiezers en gekozenen, om ook op Europees niveau bewuste en verantwoordelijke burgers te zijn.” Met andere woorden, een pleidooi voor het zoeken van uitgangspunten in de lokale alledaagse werkelijkheid. Dat kan nationaal zijn, maar ook in kleinschalige samenwerking met buitenlanden. Enige voorwaarde is dat de uitgangspunten worden gevonden in, om Mak nogmaals te citeren, “het gewone menselijke bestaan, […] het gewone inhoudelijke werk …”. Welke waarden liggen hierin verscholen? Hoe kunnen deze waarden van het echte leven vertaald worden tot een bijdrage aan een groter, Europees geheel? En hoe kan Europa op haar beurt deze waarden faciliteren en dienen?

Ook de Vlaams-Nederlandse samenwerking is een bron van antwoorden op deze vragen. Of zoals Mak het formuleert: “… de terugkeer van het denken in lokale –en soms nationale- termen [is] een logische reactie op de globalisering en de Europeanisering.” Met sterke wortels in het dagelijks leven, vertegenwoordigt de Vlaams-Nederlandse interactie de waarden waarmee haar initiatiefnemers zich het sterkst identificeren. Het is nabij, herkenbaar, zichtbaar en ‘eigen’. Precies de ingrediënten die we nodig hebben als uitgangspunt voor een Europa dat klaar is voor de toekomst, die intussen al op de drempel staat.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht