CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Delfts Blauw en de Amsterdamse grachten zijn echt Hollands. Of ook een beetje Vlaams? De auteurs van de ‘Encyclopedie der Nederlanden’ vertellen.

17/10/2011

Wat een paar jaar geleden als reeks artikelen in De Volkskrant begon om de Nederlandse identiteit in woorden te vatten, is nu uitgegroeid tot de publicatie van een heuse Encyclopedie der Nederlanden. De auteurs waren verbaasd over de omvang van de invloed die Vlamingen met name tijdens de zeventiende eeuw hebben gehad op de vorming van de Hollandse identiteit. Het is misschien verleidelijk om naar aanleiding hiervan te denken dat het Vlaamse thuisland in diezelfde periode in slaap sukkelde.

Wat kroketten en tegeltjes met elkaar gemeen hebben

Het Vlaamse dagblad De Morgen gaf Wagendorp en De Rek ruim een week geleden vrij baan. Want wat blijkt? Dat wat wij als de oer-Hollandse identiteit beschouwen, blijkt vooral een samenharksel van buitenlandse invloeden te zijn. Pindakaas? Het is een uitvinding uit de Verenigde Staten. De tulp? Die is overgewaaid uit Turkije. De kroket dan misschien? Alleen het fenomeen van ‘het uit de muur halen’ is typisch voor Nederland. “Dat was onze eerste belangrijke desillusie”, schrijven de auteurs hierover in De Morgen. En direct daarna: “De tweede belangrijke ontdekking: wij zijn een door Vlamingen gevormde natie.” Dat begon al met de eerste ideeën voor de vormgeving van de encyclopedie. De vermeldingen van de lemma’s zijn geïllustreerd met tegeltjes die we kennen van ‘tegeltjeswijsheden’. “Vaak in Delfts blauw. Want dat, zo wisten wij toch wel zeker, was iets ongelooflijk Nederlands. Niet dus.” De kunst van het porseleinbakken, zo vertellen de auteurs, werd meegebracht door enkele van de 150.000 Vlamingen die tussen 1585 en 1630 naar het noordelijke deel van de Lage Landen trokken. En het gaat veel verder dan alleen deze vaststelling. Want uit het onderzoek van de auteurs is gebleken dat zelfs de pareltjes der Nederlanden alleen maar tot stand hebben kunnen komen door hulp van de Vlamingen.

“Het is de Vlaming die Nederland heeft gebouwd, gevormd, verfraaid en vervolmaakt. Je kunt in de Encyclopedie der Nederlanden bijna geen pagina openslaan of daar heb je er weer een”. Zo noemen Wagendorp en De Rek onder andere de Vlaamse geograaf, cartograaf, astronoom en gewoonweg rijke Pieter Platevoet, met wiens geld, kaarten en astronomische kennis de Hollandse VOC een weg baande naar De Oost. De rijkdom die Nederland vergaarde tijdens de zeventiende, ofwel Gouden Eeuw, is tot vandaag de dag te bewonderen op, om maar een voorbeeld te noemen, de Amsterdamse grachten. Die grachtengordel werd trouwens voor een groot deel gebouwd door welgestelde Vlamingen die al vluchtend Antwerpen verruilden voor Amsterdam, zo vertellen de auteurs. Deze Antwerpenaren creëerden een eigen plek onder de zon door de Keizers- en Prinsengracht toe te voegen aan de bestaande, tot dan veel kleinere grachtengordel. Het zijn juist deze twee grachten die ook vandaag nog tot de sjiekste behoren.

Ondertussen in Vlaanderen

En zo gaan de auteurs nog even door. Ze laten door middel van een kleine Vlaams-Nederlandse geschiedschrijving zien hoe de Vlamingen voor gezichtsbepalende ontwikkelingen van Nederland hebben gezorgd. Zelfs zo sterk gezichtsbepalend dat ze onderdeel zijn geworden van het ‘oer-Hollandse’ dogma.

Nu is het verleidelijk om naar aanleiding van het artikel in De Morgen te denken dat alle welgestelde en invloedrijke Vlamingen tijdens de Noord-Hollandse Gouden Eeuw in Amsterdam en omstreken verbleven. En dat Vlaanderen als gevolg daarvan in slaap sukkelde, terwijl men zich iets noordelijker wentelde in de niet eerder geziene welvaart. Dit klopt in economische zin: de grootste bloeiperiode van Antwerpen had al plaatsgevonden in de zestiende eeuw. Toen was de stad decennialang één van de belangrijkste handelscentra van Europa; een positie die de stad tegen het begin van de zeventiende eeuw niet meer kon waarmaken. Maar Antwerpen had een andere troef in handen: de schilderkunst van de Antwerpse School die onder andere de ‘Grote Drie Vlaamse Meesters’ Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens en Antoon Van Dyck voortbracht.

Het werk van ‘De Grote Drie Vlamingen’ behoort tot op de dag van vandaag tot de topstukken van musea over de hele wereld. Met name de terugkeer van Peter Paul Rubens naar Antwerpen in 1608 gaf nieuwe energie aan het artistieke leven aldaar. Hij had net acht succesvolle jaren in Italië en Spanje achter de rug, waar hij verschillende grote opdrachten kreeg van edellieden en het werk van Italiaanse meesters zoals Caravaggio (1571-1610) leerde kennen. De opdrachten aan zijn adres stroomden binnen en om aan deze vraag te kunnen voldoen opende hij in Antwerpen een groot atelier. Hij had medewerkers die ook onder eigen naam zeer beroemd zijn geworden, zoals bijvoorbeeld het wonderkind Antoon Van Dyck. Ook Noord-Hollands schildertalent zakte af naar Antwerpen om te werken in het atelier van Rubens, ondanks de ongekende bloei in de stad van herkomst.

Nu krijgt dit verhaal toch nog een staartje: een unieke selectie werken van de Vlaamse Meesters is op dit moment niet in Antwerpen, maar in Amsterdam te bewonderen.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht