CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Nieuw Comptabiliteitsdecreet in Vlaanderen

Nieuw Comptabiliteitsdecreet in Vlaanderen

24/06/2003

Op 24 juni 2003 schreef de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland een brief aan de verschillende bewindslieden in Vlaanderen die bevoegd zijn voor de terreinen van het Cultureel Verdrag:

“In 2001 stelden prof.dr. G. Bouckaert en lic. W. van Dooren (KU Leuven) in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) het rapport “Subsidiëren van Nederlands-Vlaamse samenwerking. Hindernissen en oplossingen” op. Vooral aan Vlaamse kant bleken enkele hardnekkige hinderpalen een vlotte werking van de subsidiemechanismen in Nederlands-Vlaamse dossiers te bemoeilijken. De Commissie Cultureel Verdrag wees de bewindslieden herhaaldelijk op dat probleem. Doorgaans kwam het antwoord dat de bestaande regelgeving weinig ruimte bood om de gesignaleerde problemen weg te werken.
Nu Vlaanderen in het kader van “Beter Bestuurlijk Beleid” een nieuw comptabiliteitsdecreet voorbereidt, hield CVN het voorontwerp van dit decreet tegen het licht.
Daaruit blijkt dat het nieuwe decreet wel degelijk mogelijkheden biedt om enkele knelpunten in het subsidiëren van Nederlands-Vlaamse samenwerkingsinitiatieven weg te nemen. De Vlaamse regering zal er echter op moeten toezien dat zij die mogelijkheden benut in de manier waarop zij het comptabiliteitsdecreet in praktijk brengt.
Wij sommen hier enkele aandachtspunten op uit het eerder genoemde rapport van onze Commissie en gaan na wat daar in het nieuwe comptabiliteitsdecreet mee gebeurt.

Reservevorming en spreiding van subsidies in de tijd
Vandaag is reservevorming in Vlaanderen in sommige sectoren (bv. Cultuur) toegestaan, in andere (bv. Buitenlands Beleid) niet. Het nieuwe comptabiliteitsdecreet vergemakkelijkt reservevorming, zij het enkel voor werkingssubsidies. Projectsubsidies kunnen wel gespreid worden in de tijd, zolang het saldo op het einde van het project in evenwicht is.
Onze Commissie acht dit een gunstige evolutie.

Meerjarige subsidieperioden
Omdat in Nederland vaak gewerkt wordt met een subsidieperiode van bv. 4 jaar, stelde CVN voor dat dit aan Vlaamse kant ook mogelijk zou worden.
De annualiteit van de begroting blijft echter primeren. Meerjarige subsidieperioden kunnen in Vlaanderen enkel als projecten kaderen in een organieke regelgeving. Voor Vlaams-Nederlandse projecten is dat doorgaans niet het geval. De Commissie betreurt dat hier een discrepantie blijft bestaan met het Nederlandse systeem.

Verantwoordelijkheid van de regering
In eerdere adviezen pleitte CVN ervoor dat Vlaanderen zich zou laten inspireren door het Nederlands comptabel systeem, waar de vakministers in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling van subsidies. Er is geen externe controle ex ante.
Art. 48 van het nieuwe Vlaamse comptabiliteitsdecreet bepaalt dat de regels betreffende toekenning, verantwoording en controle worden bepaald door de Vlaamse regering. De regering oordeelt geval per geval hoe de subsidie verantwoord moet worden. Dat biedt nieuwe mogelijkheden om bij het toekennen van een subsidie in het kader van de Nederlands-Vlaamse samenwerking, rekening te houden met de specifieke, vaak technische, knelpunten.
De verantwoordingscriteria worden niet in het comptabiliteitsdecreet zelf vastgelegd, maar moeten in de organieke regelgeving of in het subsidiebesluit van de Vlaamse regering worden bepaald (art. 45). Dat biedt ook ruimte om de klemtoon te verleggen van de financiële verantwoording – die er natuurlijk altijd wel blijft – naar de functionele verantwoording. Het ziet er met andere woorden naar uit dat financieel-technische aspecten ondergeschikt kunnen worden gemaakt aan de inhoud en de resultaten van een initiatief.
Onze commissie staat hier positief tegenover.

Ad hoc subsidies
Subsidies kunnen slechts worden toegekend op basis van een organiek decreet (bv. museumdecreet) of op basis van het algemene begrotingsdecreet. Het wordt dus bijzonder moeilijk nog ad hoc facultatieve subsidies toe te kennen.
De Commissie is van oordeel dat de overheid de ruimte moet behouden om interessante initiatieven die zich in de loop van een werkjaar aandienen, alsnog te subsidiëren. Daarom acht de Commissie het uitermate belangrijk dat elke vakminister in haar of zijn begroting elk jaar een afzonderlijke post “Vlaams-Nederlandse samenwerkingsinitiatieven” inschrijft. Op die manier wordt het perfect mogelijk soepel in te spelen op interessante initiatieven die zich onverwacht aandienen.

Die werkwijze komt meteen gedeeltelijk tegemoet aan de door onze Commissie herhaaldelijk geuite wens dat er voor de Nederlands-Vlaamse samenwerking op elke vakbegroting “geoormerkte bedragen” zouden worden ingeschreven voor de Nederlands-Vlaamse samenwerking.

Samenwerkingsverbanden
De mogelijkheid om samenwerkingsverbanden te subsidiëren, wordt in het nieuwe comptabiliteitsdecreet expliciet genoemd. De subsidie kan aan één van de partners worden uitbetaald, waarna deze rechtspersoon de middelen verdeelt. Dit schept nieuwe mogelijkheden voor Nederlands-Vlaamse samenwerking. Wel kunnen samenwerkingsverbanden enkel projectsubsidies krijgen, geen algemene werkingssubsidies (art. 47).
De Commissie vreest dat dat laatste een nieuwe hinderpaal kan vormen voor Nederlands-Vlaamse samenwerking.

Samengevat kunnen we stellen dat de Commissie het jammer vindt dat meerjarige subsidieperioden volgens het comptabiliteitsdecreet ook in de toekomst moeilijk gehanteerd kunnen worden en dat voor grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden geen duurzame subsidiëringssystematiek wordt aangereikt.
De Commissie stelt anderzijds met genoegen vast dat er inzake reservevorming en spreiding van subsidies in de tijd meer mogelijkheden komen, wat gunstig kan zijn voor Nederlands-Vlaamse samenwerkingsinitiatieven. De Commissie dringt er bij de Vlaamse regering op aan deze mogelijkheden bij de implementatie van het comptabiliteitsdecreet volop te benutten.

Het opnemen van een speciale post “Vlaams-Nederlandse samenwerkingsinitiatieven” in elke vakbegroting, lijkt ons een belangrijk instrument om soepel in te kunnen spelen op nieuwe kansen die zich in de loop van een werkjaar aandienen.”
Antwoord B. Somers, Minister-president van de Vlaamse Regering
Op 22 augustus 2003 gaf Bart Somers, Minister-president van de Vlaamse Regering de volgende toelichting:

“Met genoegen hebben wij kennis genomen van uw tevredenheid over de algemene principes inzake subsidiëring zoals die zijn opgenomen in het voorontwerp van comptabiliteitsdecreet dat door de Vlaamse regering op 9 mei 2003 principieel werd goedgekeurd. Deze principes beogen inderdaad de invoering van een soepeler, klantgerichter, stimulerender en tegelijk rechtvaardiger systeem van subsidiëring. Aan de totstandkoming ervan ging dan ook een jarenlange voorbereiding vooraf. Hierbij ging veel aandacht uit naar de noden en werkingsmogelijkheden van de diverse betoelaagde sectoren.
Toch stellen we vast dat er over een aantal topics nog altijd een zekere bezorgdheid bestaat. Graag willen wij u hierover enige en, naar we hopen, geruststellende, verduidelijking geven.

Het is waar dat de begroting onderworpen blijft aan het annaliteitsprincipe, zoals dit in de Grondwet is vastgelegd. Dit betekent echter niet dat meerjarige subsidieperioden uitgesloten zouden zijn. In het nieuwe comptabiliteitsstelsel zullen de zogenaamde niet-gesplitste kredieten, waarbij meerjarige subsidiëring inderdaad problematisch is, verdwijnen en zal het stelsel van de gesplitste kredieten veralgemeend worden. Dit wil zeggen dat er ten laste van de begroting van een bepaald jaar verbintenissen, zoals subsidietoezeggingen, aangegaan zullen worden die over meerdere jaren lopen, maar dat de effectieve uitbetaling ervan wel verder per jaar zal gebeuren in functie van de noodwendigheden en van wat daarover in het subsidiebesluit werd bepaald.

Het comptabiliteitsdecreet stelt evenmin als voorwaarde dat meerjarige projecten moeten kaderen in een organieke regelgeving. Ook het jaarlijks begrotingsdecreet kan daartoe een voldoende basis bieden omdat het enerzijds een machtiging geeft tot het aangaan van verbintenissen, en anderzijds bepaalt waarvoor die machtiging mag gebruikt worden. Daarbij worden geen begrenzingen gesteld aan de periode waarover de aangegane verbintenissen mogen lopen.

De verplichting om een decretale basis te hebben voor het verstrekken van subsidies, blijft wel nog overeind. Dit kan het toekennen van ad hoc facultatieve subsidies bemoeilijken. De Vlaamse regering had dit ook liever anders gezien, maar dient zich in dezen onvermijdelijk te schikken naar wat daarover gesteld is in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. Bij de opmaak van de begrotingsdecreten zal hieraan dan ook de nodige aandacht geschonken moeten worden teneinde te voorkomen dat interessante initiatieven niet betoelaagd kunnen worden louter door het niet in acht nemen van een formaliteit.

De wijze van subsidiëren – projectsgewijs of continu – zal bepaald worden door de aard van de activiteit van de begunstigde. Enkel samenwerkingsverbanden die opgezet zijn voor een welbepaalde en in de tijd omschreven opdracht, zullen kunnen genieten van een projectsubsidie. Deze subsidies kunnen, zoals u zelf opmerkt, in de tijd gespreid worden, maar bij het afsluiten van het project moet het saldo wel in evenwicht zijn. Een zekere reservevorming is dus in de loop van het project wel toegestaan. Bovendien kan een projectsubsidiëring verlengd worden wanneer de opdracht vertraging oploopt of uitgebreid wordt. Wanneer daarentegen de activiteiten niet gebonden zijn aan een welbepaalde en in de tijd omschreven opdracht, maar een continu karakter vertonen, dan kan bezwaarlijk nog gesproken worden van een (technisch) samenwerkingsverband, maar eerder van een (feitelijke) vereniging of instantie zonder rechtspersoonlijkheid. Hiervoor voorziet het comptabiliteitsdecreet wél de mogelijkheid tot toekenning van een algemene werkingssubsidie.

De verantwoording tenslotte zal inderdaad niet alleen gesteund zijn op financiële gegevens, maar zal ook een functionele component moeten bevatten, zonder dat het daarbij evenwel de bedoeling is om de ene ondergeschikt te maken aan de andere. De Vlaamse regering zal hiervoor via een uitvoeringsbesluit algemene regels opstellen, hoewel deze gemakkelijker en nader uit te werken zijn op financieel vlak dan op functioneel vlak: dit laatste is sterk sector- en materiegebonden, zodat de modaliteiten van toekenning en functionele verantwoording in sterke mate bepaald zullen moeten worden in sectorale regelgeving of in individuele subsidiebesluiten.

We hopen u met deze toelichting een beter zicht te hebben gegeven op de inhoud en de bedoeling van het comptabiliteitsdecreet met betrekking tot het toekennen en verantwoorden van subsidies en zo de nog resterende bekommernissen te hebben kunnen opheffen.”

Antwoord P. Van Grembergen, Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken
Er kwam op 29 juli 2003 ook een antwoord van Paul Van Grembergen, minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken. Hij vertelde dat hij op- en aanmerkingen van de Commissie aan de verantwoordelijke ambtenaren had meegedeeld, met het verzoek oplossingen te zoeken.

“Ik heb uw brief over de impact van kansen en blijvende knelpunten die het ontwerp van comptabiliteitsdecreet met zich mee brengt voor de Vlaams-Nederlandse samenwerkingsinitiatieven goed ontvangen.

Uw opmerkingen zijn overgemaakt aan de Bijzonder Commissarissen, de heer Leo Victor en de heer Eric Stroobants alsook aan de heer Hedwig Van der Borght, veranderingsmanager van het beleidsdomein Financiën en Begroting en de heer Jos Van Rillaer, veranderingsmanager van het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media met de vraag er in het verdere verloop van het proces en in de besprekingen rekening mee te houden en te bekijken hoe aan de opgesomde knelpunten een oplossing kan geboden worden.”

Adelheid Byttebier, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, en Marino Keulen, Vlaams Minister van Wonen, Media en Sport stuurden respectievelijk op 24 juli 2003 en op 28 juli 2003 eveneens een reactie.

Op 1 december 2003 liet Patricia Ceysens, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government, het volgende weten:

“Ik heb uw brief over het nieuwe comptabiliteitsdecreet en de Vlaams-Nederlandse samenwerking goed ontvangen.

Ik dank u voor het signaleren van enkele belangrijke aandachtspunten met betrekking tot dat nieuwe decreet en de mogelijke impact van de uitvoering ervan op de werking van CVN. Ik heb een kopie van uw brief overgemaakt aan de administratie Buitenlands Beleid. Ik heb die administratie daarbij verzocht, bij de verdere behandeling van het jaarlijkse subsidiedossier van CVN, in de mate van het mogelijke rekening te houden met uw wensen, verzuchtingen en opmerkingen.

De administratie zal dit evenwel moeten doen in een breder kader, waarbij ook de behandeling van andere dossiers betrokken wordt, zodat de huidige stroomlijning en het uniforme beheer van de verschillende dossiers behouden blijft en zelfs versterkt wordt. Ik hoop dat u daar begrip voor heeft.
Hierbij bevestig ik overigens graag het grote belang dat ikzelf aan de werking en de verwezenlijkingen van CVN hecht. Dit komt ondermeer tot uiting in het verstrekken van de jaarlijkse werkingssubsidie. Het feit dat dit gebeurt via een daartoe specifiek geoormerkte basisallocatie blijft mijns inziens een krachtig, positief signaal ten aanzien van CVN.

Tenslotte ben ik zo vrij voor een schets van de brede achtergrond van het comptabiliteitsdecreet zelf te verwijzen naar de brief die minister-president Bart Somers u op 22 augustus jongstleden toezond.”

Bronnen

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht