CVN - Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland

Animatiefilm

Animatiefilm

14/06/2000

Inleiding

Sinds de oprichting van het Nederlands Instituut voor Animatiefilm is er een regelmatig overleg met het BAC, Instituut voor het Geanimeerde Beeld, dat op dat moment reeds geruime tijd bestond. Op bescheiden wijze zijn verschillende activiteiten uitgevoerd, zoals kinderworkshops, het schrijven van artikelen voor en over elkaars activiteiten, uitwisseling en distributie van animatiefilmprogramma’s. Uiteraard is er naast deze samenwerking ook nog een samenwerking van Nederlandse en Vlaamse producenten op het vlak van de productie van de korte artistieke animatiefilm.

Vanaf 2001 willen Vlaanderen en Nederland op animatiefilmvlak een meer concrete samenwerking tot stand brengen, waarbij gebruik wordt gemaakt van het BAC en het NIAf. Uitgangspunten daarbij zijn:
1. tot een intense samenwerking komen op het vlak van de postacademische vorming die momenteel door het NIAf wordt aangeboden in zijn Animatie Ateliers
2. de bestaande publicaties in de twee landen op elkaar afstemmen om tot een gezamenlijke communicatie te komen in Vlaanderen en Nederland en naar het buitenland
3. toenadering op beleidsniveau door het opnemen van een vertegenwoordiger van de andere organisatie in het bestuur van BAC en NIAf

De animatiefilm

Het NIAf is in Nederland voortgekomen uit de stichting Animated People, een animatiefilmdistributeur. Het initiatief om tot een animatie-instituut te komen werd mede ondersteund door de Vereniging Holland Animation en Holland Animation Film Festival. In Nederland bestaat binnen enkele academies wel een finaliteit animatiefilm, maar in tegenstelling tot Vlaanderen bestaan er geen volwaardige opleidingen waar de vakbekwaamheid voldoende wordt ontwikkeld. In Vlaanderen bestaat niet de mogelijkheid om zich verder te specialiseren na het behalen van de meestergraad. De samenwerking op dit vlak is dus volkomen complementair. Essentieel in deze postacademiale Animatie Ateliers is de permanente monitoring van de deelnemers aan deze Ateliers. Aangezien binnen deze specialisatie gewerkt wordt naar een finaliteit en aangezien deze deelnemers reeds voldoende vakbekwaamheid bezitten, is de begeleiding van het persoonlijke parcours heel belangrijk. Op het ogenblik zijn er 6 plaatsen waarvan er drie door Nederlandse (één is in Gent opgeleid) en 3 door Vlaamse deelnemers worden ingenomen. Het spreekt voor zich dat in de begeleiding van de deelnemers in hun persoonlijke parcours een inbreng vanuit Vlaanderen mogelijk moet zijn, waardoor de samenwerking tussen BAC en NIAf zich opdringt. In een eerste fase zou het BAC een gedeelte van het programma in de vorm van workshops in Brussel kunnen organiseren voor de deelnemers aan de Ateliers. Daarbij biedt de stad Brussel en de aanwezigheid van verschillende universiteiten en hogescholen een meerwaarde voor de deelnemers. De keuze van deze workshop gebeurt in gezamenlijk overleg met alle betrokkenen en wordt mee gevoed door de contacten die het BAC heeft opgebouwd.

De gezamenlijke communicatie

Op het vlak van de traditionele media kan gewerkt worden aan een samensmelting van het internationaal tijdschrift Plateau en de nieuwsbrief van de Vereniging Holland Animation. Deze samenwerking creëert ongetwijfeld een meerwaarde op inhoudelijk en op economisch vlak. Het opzet zorgt banaal gesproken voor: een grotere kwaliteit, meer abonnees en meer publiciteit. Hetzelfde wordt opgezet op het vlak van de elektronische publicaties op internet. Wanneer alle publicaties in Vlaanderen en Nederland op elkaar zijn afgestemd, volgt automatisch een bundeling van krachten op het vlak van communicatie naar buiten.

Op de startconferentie in Gent (georganiseerd door de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, 26-27 november 1999) werd aangegeven dat er behoefte was aan een Vlaams-Nederlandse samenwerking op het gebied van de animatiefilm. De Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland beoordeelt dit initiatief tot samenwerking dan ook positief en dringt er bij de beide overheden op aan dit initiatief financieel te ondersteunen.

Gevolg:
In zijn brief dd. 29 september 2000 vraagt staatssecretaris Van der Ploeg dat de betrokkenen een gedetailleerd plan zouden uitschrijven.

Op 24 mei 2001 wordt het gedetailleerd plan, dat inmiddels in een ad hoc werkgroep werd uitgewerkt, aan de bewindslieden toegestuurd.

Op 13 juli 2001 antwoordt de Vlaamse minister van onderwijs M. Vanderpoorten dat zij het project niet zal subsidiëren. Wel kan het worden ingediend als kunstproject binnen het hogescholendecreet. Een adviescommissie beoordeelt de aanvragen

Download hier het volledige advies.

Geschreven door

Chris Deforche

Neem contact op met Chris Deforche voor meer informatie over dit bericht